Amerikaans douanetarief (HTSUS) · HTS-code · HS 4002.60
4002.60.00: Synthetic rubber and factice derived from oils, in primary: isoprene rubber (IR)
Niet zelfstandig aan te geven: gebruik een van de 1 onderverdelingen Gegevens: Amerikaans douanetarief (HTSUS) · gecontroleerd op 24 oktober 2026
Voor deze regel bestaat geen officiële Nederlandse tekst; hij wordt getoond in de taal van het eigen tarief.
- 4002 Synthetic rubber and factice derived from oils, in primary forms or in plates, sheets or strip; mixtures of any product of heading 4001 with any product of this heading, in primary forms or in plates, sheets or strip:
- 4002.60.00 Isoprene rubber (IR)
Wat u betaalt
Invoer: VS
De Amerikaanse aanvullende rechten van HTS-hoofdstuk 99 die op 22 oktober 2026 gelden (Section 301, 232, 338 en 201), zijn meegenomen. IEEPA-rechten worden sinds de uitspraak van het Supreme Court van februari 2026 niet meer geheven. Voorwaardelijke vrijstellingen (Amerikaanse inhoud, eindgebruik, metaalaandeel) worden niet berekend: zie de bepaling.
Aanvullende rechten en invoervoorschriften
Heffingen bovenop het invoerrecht en voorschriften waaraan de goederen aan de grens moeten voldoen.
Aanvullende rechten en heffingen 1
- Aanvullend rechtSection 301 — China — technology transfer, IP and innovation (2018 actions and 2024 four-year review) 25%
- Geldt voor goederen uit
- China
- Geldig
- vanaf 24 september 2018
- Rechtshandeling
- HTSUS 9903.88.03
Dezelfde onderverdeling in andere tarieven
4002.60 Synthetische rubber en uit olie vervaardigde factis: isopreenrubber (IR)
Aantekeningen
Aantekeningen
1. Voor zover niet anders is bepaald, wordt in de nomenclatuur onder „rubber” verstaan, de volgende, al dan niet gevulkaniseerde of geharde producten: natuurlijke rubber, balata, gutta-percha, guayule, chicle en dergelijke natuurlijke gommen, synthetische rubber, uit olie vervaardigde factis, alsmede de regeneratieproducten van die producten.
2. Dit hoofdstuk omvat niet:
a) goederen bedoeld bij afdeling XI (textielstoffen en textielwaren);
b) schoeisel en delen daarvan, bedoeld bij hoofdstuk 64;
c) hoofddeksels en delen daarvan, badmutsen daaronder begrepen, bedoeld bij hoofdstuk 65;
d) delen van mechanische of van elektrische machines, toestellen en apparaten, alsmede artikelen voor elektrotechnisch gebruik en delen daarvan, bedoeld bij afdeling XVI, van geharde rubber;
e) artikelen bedoeld bij de hoofdstukken 90, 92, 94 en 96;
f) artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95, andere dan handschoenen (met of zonder vingers) en wanten voor de sportbeoefening en andere dan de artikelen bedoeld bij de posten 4011 tot en met 4013.
3. Voor de toepassing van de posten 4001 tot en met 4003 en van post 4005 worden uitsluitend de volgende vormen als „primaire vormen” aangemerkt:
a) vloeistoffen en pasta's (latex, ook indien voorgevulkaniseerd, alsmede andere dispersies en oplossingen, daaronder begrepen);
b) blokken in onregelmatige vorm, klonters, balen, poeder, korrels, stukjes en dergelijke.
4. Onder „synthetische rubber” bedoeld bij aantekening 1 op dit hoofdstuk en bij post 4002 worden verstaan:
a) onverzadigde synthetische stoffen die op niet-omkeerbare wijze door vulkanisatie met zwavel kunnen worden omgezet in niet-thermoplastische producten die niet afbreken indien zij, bij een temperatuur tussen 18 en 29 °C, uitgerekt worden tot driemaal hun aanvankelijke lengte en die, na te zijn uitgerekt tot tweemaal hun aanvankelijke lengte, binnen vijf minuten weer krimpen tot een lengte, niet groter dan anderhalfmaal hun aanvankelijke lengte. Voor de toepassing van deze test mogen stoffen die nodig zijn voor de dwarsbinding, zoals vulkanisatieactiveermiddelen en vulkanisatieversnellers, worden toegevoegd; de aanwezigheid van stoffen bedoeld bij aantekening 5, onder B), de punten 2 en 3, is eveneens toegestaan. Daarentegen is de aanwezigheid van stoffen die niet nodig zijn voor de dwarsbinding, zoals verdunners, weekmakers en vulstoffen, niet toegestaan;
b) thioplasten (TM);
c) natuurlijke rubber gewijzigd door enting of vermenging met kunststof, gedepolymeriseerde natuurlijke rubber en mengsels van onverzadigde synthetische stoffen met verzadigde synthetische hoge polymeren, een en ander voor zover dit product voldoet aan de eisen die onder a) hiervoor zijn gesteld met betrekking tot vulkanisatie, elasticiteit en vormhernemende eigenschap.
5.
A) De posten 4001 en 4002 omvatten niet, rubber of mengsels van rubber waaraan, voor of na de coagulatie, zijn toegevoegd:
1) vulkanisatieversnellers, -vertragers, -activeermiddelen of andere vulkanisatiemiddelen (andere dan die toegevoegd voor de vervaardiging van voorgevulkaniseerde latex);
2) pigmenten en andere kleurstoffen, andere dan die uitsluitend toegevoegd voor identificatiedoeleinden;
3) weekmakers en verdunners, andere dan minerale olie in het geval van met olie verdunde rubber („oil-extended rubber”), vulstoffen, organische oplosmiddelen of enig andere zelfstandigheid, andere dan de onder B) toegestane toevoegingen.
B) Rubber en mengsels van rubber, die de hiernavolgende zelfstandigheden bevatten, blijven al naar het geval, ingedeeld onder post 4001 of 4002, voor zover het karakter van ruwe producten behouden blijft:
1) emulsifieermiddelen of antikleefmiddelen;
2) kleine hoeveelheden afbraakproducten van emulsifieermiddelen;
3) zeer kleine hoeveelheden van de volgende stoffen: hittegevoelige middelen (gewoonlijk voor het verkrijgen van hittegevoelige latex), kationische tensioactieve producten (gewoonlijk voor het verkrijgen van elektropositieve latex), antioxidanten, coaguleermiddelen, middelen om korrelvorming te bevorderen, antivriesmiddelen, peptisatiemiddelen, conserveermiddelen, stabilisatiemiddelen, middelen om de viscositeit te regelen en andere dergelijke speciale additieven.
6. Voor de toepassing van post 4004 wordt onder „resten en afval” verstaan, resten en afval ontstaan bij de vervaardiging of verwerking van rubber, alsmede werken van rubber die door versnijding, slijtage of om andere redenen als zodanig definitief onbruikbaar zijn.
7. Niet-overtrokken, gevulkaniseerd rubberdraad, ongeacht het profiel, waarvan de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede meer bedraagt dan 5 mm, wordt onder post 4008 ingedeeld.
8. Onder post 4010 worden ingedeeld: drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden van textielweefsel, geïmpregneerd, bekleed, bedekt of gelamineerd met rubber, alsmede drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden, vervaardigd van garen of bindgaren van textielstof dat is geïmpregneerd, bekleed, bedekt of ommanteld met rubber.
9. Voor de toepassing van de posten 4001, 4002, 4003, 4005 en 4008 worden onder „platen, vellen of strippen” uitsluitend verstaan platen, vellen, strippen en blokken van regelmatige vorm, die niet zijn versneden of die enkel vierkant of rechthoekig zijn gesneden (ook indien zij daardoor het karakter van afgewerkte artikelen hebben verkregen), doch die geen verdere bewerking hebben ondergaan dan een eenvoudige bewerking aan het oppervlak (bedrukken of anderszins).
De staven en profielen, bedoeld bij post 4008 mogen op lengte zijn gesneden, maar mogen geen andere bewerking hebben ondergaan dan een bewerking aan het oppervlak.
HTS-code 4002.60.00 is in het Amerikaanse douanetarief (HTSUS) de enige tariefregel onder HS-onderverdeling 4002.60 (‘Synthetische rubber en uit olie vervaardigde factis: isopreenrubber (IR)’).
Het algemene recht bedraagt 0% (vrij van invoerrecht); de hoeveelheid wordt aangegeven in kg.
Ter vergelijking, voor dezelfde onderverdeling: EU vrij, Turkije vrij, VK vrij, Canada vrij, Mexico vrij, Brazilië vrij, Argentinië vrij, Peru vrij, Nieuw-Zeeland 0%–5%, Japan vrij, Taiwan 2%, GCC 5%, Zwitserland vrij, Noorwegen vrij, Noord-Macedonië vrij en Nigeria 5%.
De Verenigde Staten importeerden in 2024 goederen van onderverdeling 4002.60 ter waarde van US$ 26 mln.; het grootste aandeel kwam uit Japan.
Vragen en antwoorden
Hoeveel invoerrecht geldt voor HTS-code 4002.60.00 in de VS?
In het Amerikaanse douanetarief (HTSUS) bedraagt het algemene recht 0% (vrij van invoerrecht); aanvullende eenheid: kg. Preferentiële tarieven voor goederen uit verdragslanden, antidumpingrechten en btw zijn niet meegerekend.
Waar komt de invoer van de Verenigde Staten van deze goederen vandaan?
Voor onderverdeling 4002.60 als geheel kwam in 2024 het grootste aandeel uit Japan (US$ 14 mln.), gevolgd door Rusland.