0209 10 11 en 0209 10 19 · spek
Het begrip „spek” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 2, letter D, op dit hoofdstuk.
Gecombineerde nomenclatuur van de EU · GN-code · HS 0209.10
✓ Bruikbaar in een douaneaangifte Gegevens: Gecombineerde nomenclatuur van de EU, geldig vanaf 1 januari 2026 · gecontroleerd op 24 oktober 2026
Invoer: EU
Heffingen bovenop het invoerrecht en voorschriften waaraan de goederen aan de grens moeten voldoen.
Het tarief dat elke lidstaat toepast op goederen van deze code, uit de databank Taxes in Europe van de Commissie. Een verlaagd tarief kan slechts een deel van de goederen onder een code dekken: raadpleeg de nationale btw-wetgeving.
TEDB · 26 oktober 2026
| Akkoord of regeling | Landen | Tarief |
|---|---|---|
| derdelandenrecht (geen akkoord) | — | 21,4 €/100 kg/net |
| GSP-EBA (bijzondere regeling voor de minst ontwikkelde landen - Everything But Arms) | Afghanistan, Angola, Bangladesh, Benin en nog 42Afghanistan, Angola, Bangladesh, Benin, Bhutan, Burkina Faso, Burundi, Cambodja, Centraal-Afrikaanse Republiek, Comoren, Congo-Kinshasa, Djibouti, Eritrea, Ethiopië, Gambia, Guinee, Guinee-Bissau, Haïti, Jemen, Kiribati, Laos, Lesotho, Liberia, Madagaskar, Malawi, Mali, Mauritanië, Mozambique, Myanmar (Birma), Nepal, Niger, Oeganda, Oost-Timor, Rwanda, Salomonseilanden, Sao Tomé en Principe, Senegal, Sierra Leone, Soedan, Somalië, Tanzania, Togo, Tsjaad, Tuvalu, Zambia, Zuid-Soedan | Vrij |
| CARIFORUM | Antigua en Barbuda, Bahama’s, Barbados, Belize en nog 10Antigua en Barbuda, Bahama’s, Barbados, Belize, Dominica, Dominicaanse Republiek, Grenada, Guyana, Jamaica, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, Suriname, Trinidad en Tobago | Vrij |
| LGO (Landen en Gebieden Overzee) | Antarctica, Aruba, Caribisch Nederland, Curaçao en nog 8Antarctica, Aruba, Caribisch Nederland, Curaçao, Frans-Polynesië, Franse Gebieden in de zuidelijke Indische Oceaan, Groenland, Nieuw-Caledonië, Saint-Barthélemy, Saint-Pierre en Miquelon, Sint-Maarten, Wallis en Futuna | Vrij |
| SADC EPA | Botswana, Eswatini, Namibië | Vrij |
| Staten in oostelijk en zuidelijk Afrika | Mauritius, Seychellen, Zimbabwe | Vrij |
| overeenkomst EU–Andorra | Andorra | Vrij |
| overeenkomst EU–Albanië | Albanië | Vrij |
| overeenkomst EU–Bosnië en Herzegovina | Bosnië en Herzegovina | Vrij |
| overeenkomst EU–Canada | Canada | Vrij |
| overeenkomst EU–Ivoorkust | Ivoorkust | Vrij |
| overeenkomst EU–Kameroen | Kameroen | Vrij |
| overeenkomst EU–Colombia | Colombia | Vrij |
| overeenkomst EU–Ecuador | Ecuador | Vrij |
| overeenkomst EU–Egypte | Egypte | Vrij |
| Preferentiële oorsprong overeenkomstig de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko over de wijziging van de Protocollen nrs. 1 en 4 van de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds. | Westelijke Sahara | Vrij |
| overeenkomst EU–Fiji | Fiji | Vrij |
| overeenkomst EU–Verenigd Koninkrijk | Verenigd Koninkrijk | Vrij |
| overeenkomst EU–Georgië | Georgië | Vrij |
| overeenkomst EU–Ghana | Ghana | Vrij |
| overeenkomst EU–Israël | Israël | Vrij |
| overeenkomst EU–IJsland | IJsland | Vrij |
| overeenkomst EU–Jordanië | Jordanië | Vrij |
| overeenkomst EU–Japan | Japan | Vrij |
| overeenkomst EU–Kenia | Kenia | Vrij |
| overeenkomst EU–Zuid-Korea | Zuid-Korea | Vrij |
| overeenkomst EU–Libanon | Libanon | Vrij |
| overeenkomst EU–Marokko | Marokko | Vrij |
| overeenkomst EU–Moldavië | Moldavië | Vrij |
| overeenkomst EU–Montenegro | Montenegro | Vrij |
| overeenkomst EU–Noord-Macedonië | Noord-Macedonië | Vrij |
| overeenkomst EU–Nieuw-Zeeland | Nieuw-Zeeland | Vrij |
| overeenkomst EU–Peru | Peru | Vrij |
| overeenkomst EU–Papoea-Nieuw-Guinea | Papoea-Nieuw-Guinea | Vrij |
| overeenkomst EU–Palestijnse gebieden | Palestijnse gebieden | Vrij |
| overeenkomst EU–Servië | Servië | Vrij |
| overeenkomst EU–Singapore | Singapore | Vrij |
| douane-unie EU–San Marino | San Marino | Vrij |
| overeenkomst EU–Oekraïne | Oekraïne | Vrij |
| overeenkomst EU–Vietnam | Vietnam | Vrij |
| overeenkomst EU–Samoa | Samoa | Vrij |
| overeenkomst EU–Kosovo | Kosovo | Vrij |
| overeenkomst EU–Zuid-Afrika | Zuid-Afrika | Vrij |
| Midden-Amerika | Costa Rica, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua, Panama | 0 EUR / 100 kg |
| Mercosur | Argentinië, Brazilië, Paraguay, Uruguay | 18,72 EUR / 100 kg |
| overeenkomst EU–Chili | Chili | 16,05 EUR / 100 kg |
| overeenkomst EU–Mexico | Mexico | 0 EUR / 100 kg |
| Land | Waarde | Aandeel | Verandering |
|---|---|---|---|
| € 300K | 18,3% | -64,2% | |
| € 222K | 13,6% | — | |
| € 206K | 12,6% | — | |
| € 199K | 12,2% | +37,2% | |
| € 145K | 8,8% | -68,7% | |
| € 124K | 7,6% | — | |
| € 119K | 7,3% | — | |
| € 67K | 4,1% | — |
0209.10 Spek (ander dan doorregen spek), alsmede varkensvet: van varkens
Beslissingen van de Amerikaanse douane (CBP, CROSS) en de Britse douane HMRC (Advance Tariff Rulings) over goederen onder deze code. Een beslissing bindt alleen de houder, maar laat zien hoe de autoriteiten vergelijkbare goederen indelen. De omschrijvingen zijn de Engelse teksten van de autoriteiten.
Frozen cutting fat removed from overweight pigs. It is the adipose layer found under the skin (anywhere within the body: should, leg, or middle). Free from lean meat and not processed. Packaged in a blue polythene bags inside a fibreboard box.
Frozen pig fat. This is the omentum and is the layer of tissue attached to the intestines. Free from lean meat and not processed. Packaged in a blue polythene bags inside a fibreboard box.
Frozen flare pig fat. Visceral fat is fat surrounding the kidneys. Free from lean meat and not processed. Packaged in a blue polythene bags inside a fibreboard box.
1. Dit hoofdstuk omvat niet:
a) wat de posten 0201 tot en met 0208 en post 0210 betreft, producten die ongeschikt zijn voor menselijke consumptie;
b) eetbare, niet-levende insecten (post 0410);
c) darmen, blazen en magen van dieren (post 0504) en dierlijk bloed (post 0511 of 3002);
d) dierlijk vet, ander dan bedoeld bij post 0209 (hoofdstuk 15).
1.
A. Wordt aangemerkt als:
a) „het hele geslachte rund” bedoeld bij de onderverdelingen 020110 en 020210: het hele geslachte rund na het uitbloeden, het ontdoen van de ingewanden en het villen, al dan niet met inbegrip van de kop, de poten en andere, aan het geslachte dier vastzittende slachtafvallen. Indien het hele geslachte dier zonder kop wordt aangeboden, moet de kop van de romp zijn gescheiden ter hoogte van de bovenste halswervel (atlaswervel). Indien het hele geslachte dier zonder poten wordt aangeboden, moeten de poten zijn afgescheiden ter hoogte van de voorkniegewrichten, respectievelijk spronggewrichten. Als „heel geslacht dier” dient eveneens te worden aangemerkt: het voorste deel van het geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de hals en de schouders omvat, doch met meer dan tien paar ribben;
b) „het halve geslachte rund” bedoeld bij de onderverdelingen 020110 en 020210: het product dat verkregen wordt door het scheiden van het hele dier in twee symmetrische delen door het midden van alle hals-, rug-, lenden- en staartwervels en door het midden van het borstbeen en het bekken. Als „half geslacht dier” dient eveneens te worden aangemerkt: het voorste deel van het halve geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de hals en de schouder omvat, doch met meer dan tien ribben;
c) „compensated quarters” bedoeld bij de onderverdelingen 02012020 en 02022010: het geheel dat wordt gevormd:
hetzij door voorvoeten, die alle beenderen alsmede de hals en de schouder omvatten en met tien ribben, en door achtervoeten, die alle beenderen, alsmede de stomp, de dikke en de dunne lendenen omvatten en met drie ribben,
hetzij door voorvoeten, die alle beenderen alsmede de hals en de schouder omvatten en met vijf ribben, waarbij de vang, de platte ribben en de naborst in hun geheel aan de voorvoet vastzitten, en door achtervoeten, die alle beenderen, alsmede de stomp, de dikke en de dunne lendenen omvatten en met acht delen van ribben.
De voorvoeten en de achtervoeten, die „compensated quarters” vormen, moeten terzelfder tijd en in een gelijk aantal aan de douane worden aangeboden, waarbij het totale gewicht der voorvoeten gelijk moet zijn aan dat der achtervoeten. Er wordt evenwel een verschil in het gewicht van de twee gedeelten der zending toegestaan, mits dit verschil niet meer bedraagt dan 5 % van het zwaarste gedeelte (voorvoeten of achtervoeten);
d) „voorspan” bedoeld bij de onderverdelingen 02012030 en 02022030: het voorste deel van het hele geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de hals en de schouder omvat, met ten minste vier paar en ten hoogste tien paar ribben (waarbij de eerste vier paar hele ribben moeten zijn, terwijl de overige paren uit delen van ribben mogen bestaan), met of zonder vang;
e) „voorvoet” bedoeld bij de onderverdelingen 02012030 en 02022030: het voorste deel van het halve geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de hals en de schouder omvat, met ten minste vier en ten hoogste tien ribben (waarbij de eerste vier ribben hele ribben moeten zijn, terwijl de overige uit delen van ribben mogen bestaan), met of zonder vang;
f) „achterspan” bedoeld bij de onderverdelingen 02012050 en 02022050: het achterste deel van het hele geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de stompen, de dikke en de dunne lendenen en de haas omvat, met ten minste drie paar ribben of delen van ribben, met of zonder schenkel en met of zonder vang;
g) „achtervoet” bedoeld bij de onderverdelingen 02012050 en 02022050: het achterste deel van het halve geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de stompen, de dikke en de dunne lendenen en de haas omvat, met ten minste drie ribben of delen van ribben, met of zonder schenkel en met of zonder vang;
h)
1. delen aangeduid als „crops” en „chucks and blades” bedoeld bij onderverdeling 02023050: de tot de rug behorende gedeelten van de voorvoet met inbegrip van het bovenste gedeelte van de schouder, die uit de voorvoet met ten minste vier en ten hoogste tien ribben verkregen worden bij versnijding in een dwarsvlak, gaande van het verbindingspunt tussen de eerste rib en het eerste borstbeensegment naar het terugslagpunt van het middenrif bij de tiende rib;
2. delen aangeduid als „briskets” bedoeld bij onderverdeling 02023050: het onderste gedeelte van de voorvoet, omvattende de puntborst, de borst en de naborst;
B. De producten bedoeld in onderdeel A, onder a) tot en met g), kunnen worden aangeboden met of zonder wervelkolom.
C. Voor de bepaling van het aantal ribben of delen van ribben bedoeld in onderdeel A worden slechts de ribben of delen van ribben die aan de wervelkolom vastzitten in aanmerking genomen. Indien de wervelkolom is verwijderd, worden alleen de ribben of delen van ribben in aanmerking genomen die anders aan de wervelkolom zouden hebben vastgezeten.
2.
A. Wordt aangemerkt als:
a) „hele en halve dieren” bedoeld bij de onderverdelingen 02031110 en 02032110: het geslachte varken (huisdier) na het uitbloeden, het ontdoen van de ingewanden en het verwijderen van de borstels en de klauwen. Het halve dier wordt verkregen door het hele geslachte dier te scheiden door de hals-, rug-, lenden- en staartwervels, door of langs het borstbeen en door het bekken. Het hele of halve dier kan al dan niet met inbegrip van de kop, met of zonder kinnebakspek, de poten, de bladreuzel, de nieren, de staart of het middenrif worden aangeboden. Het halve dier kan al dan niet met inbegrip van het ruggenmerg, de hersenen of de tong worden aangeboden. Hele en halve geslachte zeugen kunnen al dan niet met inbegrip van het uierweefsel (melkklier) worden aangeboden;
b) „ham” bedoeld bij de onderverdelingen 02031211, 02032211, 02101111 en 02101131: het achterste (caudale) deel van het halve dier, met been, al dan niet met inbegrip van de poot, de schenkel, het zwoerd of het spek.
De ham wordt van het halve dier zodanig gescheiden dat hij ten hoogste de laatste lendenwervel omvat;
c) „voorstuk” bedoeld bij de onderverdelingen 02031911, 02032911, 02101930 en 02101960: het voorste (craniale) deel van het halve dier zonder kop, met of zonder kinnebakspek, met been, al dan niet met inbegrip van de poot, de schenkel, het zwoerd of het spek.
Het voorstuk wordt van het halve dier zodanig gescheiden dat het ten hoogste de vijfde rugwervel omvat.
Het bovenste (dorsale) deel van het voorstuk (de halskarbonade), ook indien met het schouderblad en het daarbij behorende spierweefsel, wordt aangemerkt als een deel van de karbonadestreng, wanneer het hoogstens juist onder de wervelkolom gescheiden is van het onderste (ventrale) deel van het voorstuk;
d) „schouder” bedoeld bij de onderverdelingen 02031219, 02032219, 02101119 en 02101139: het onderste deel van het voorstuk, met been, ook indien met het schouderblad en het daarbij behorende spierweefsel, al dan niet met inbegrip van de poot, de schenkel, het zwoerd of het spek.
Het schouderblad met het daarbij behorende spierweefsel afzonderlijk aangeboden, wordt aangemerkt als deel van de schouder en blijft tot deze post behoren;
e) „karbonadestreng” bedoeld bij de onderverdelingen 02031913, 02032913, 02101940 en 02101970: het bovenste deel van het halve dier, met been, van de eerste halswervel tot en met de staartwervels, al dan niet met inbegrip van het haasje, het schouderblad, het zwoerd of het spek.
De karbonadestreng wordt juist onder de wervelkolom gescheiden van het onderste deel van het halve dier;
f) „buik” bedoeld bij de onderverdelingen 02031915, 02032915, 02101211 en 02101219: het onderste deel van het halve dier tussen ham en schouder, ook genaamd „buikspek”, met of zonder been, maar met het zwoerd en het spek;
g) „half baconvarken” bedoeld bij onderverdeling 02101910: het halve dier, ontdaan van de kop, de wang, het kinnebakspek, de poten, de staart, de bladreuzel, de nier, het haasje, het schouderblad, het borstbeen, de wervelkolom, het heupbeen en het middenrif;
h) „spencer” bedoeld bij onderverdeling 02101910: het halve baconvarken zonder de ham, ook indien uitgebeend;
ij) „3/4-side” bedoeld bij onderverdeling 02101920: het halve baconvarken, zonder het voorstuk, ook indien uitgebeend;
k) „middle” bedoeld bij onderverdeling 02101920: het halve baconvarken zonder de ham en zonder het voorstuk, ook indien uitgebeend.
Tot deze onderverdeling behoren ook delen van de „middle” die weefsel van de karbonadestreng en van de buik in de natuurlijke verhouding van de hele „middle” bevatten.
B. De delen afkomstig van de deelstukken bedoeld in onderdeel A, onder f), vallen alleen onder dezelfde onderverdelingen als zij het zwoerd en het spek bevatten.
Worden de deelstukken van de onderverdelingen 02101111, 02101119, 02101131, 02101139, 02101930 en 02101960 gesneden van halve baconvarkens, waaruit reeds de in onderdeel A, onder g), genoemde beenderen verwijderd zijn, dan is de lijn voor het snijden gelijk aan die welke is vastgesteld in onderdeel A, respectievelijk onder b), c) of d). Deze deelstukken of delen daarvan dienen in alle gevallen been te bevatten.
C. Vallen onder meer onder de onderverdelingen 02064900 en 02109949, de hele of halve kop van het geslachte varken (huisdier), met of zonder de hersenen, de wang of de tong, alsmede delen daarvan.
De kop wordt van het hele of halve dier gescheiden:
langs een rechte snede evenwijdig met de schedel;
langs een snede die tot de ooghoogte evenwijdig loopt met de schedel en vervolgens haaks schuin naar de snuit, waarbij het kinnebakspek blijft vastzitten aan het hele of halve dier.
Als delen van de kop worden ook aangemerkt de wang, de snuit en de oren, evenals het aan de kop overblijvende vlees voornamelijk van het achterhoofd. De afzonderlijk aangeboden delen zonder been van het voorstuk (doorregen halsspek, kinnebakspek, of niet van elkaar gescheiden kinnebakspek en doorregen halsspek) vallen echter naargelang van de aanbiedingsvorm onder de onderverdeling 02031955, 02032955, 02101950 of 02101981.
D. Als „spek” bedoeld bij de onderverdelingen 02091011 en 02091019, wordt aangemerkt het vetweefsel van alle delen van het dier, dat zich onder het zwoerd van het dier bevindt en dat daarmee verbonden is. Het gewicht van het vetweefsel moet in ieder geval hoger zijn dan het gewicht van het zwoerd.
De onderverdelingen omvatten eveneens spek dat ontdaan is van het zwoerd.
E. Als „gedroogd of gerookt” bedoeld bij de onderverdelingen 02101131, 02101139, 02101219 en 02101960 tot en met 02101989, worden aangemerkt de producten waarvan de verhouding water/proteïne (stikstofgehalte × 6,25) in het vlees 2,8 of minder bedraagt. Het stikstofgehalte wordt bepaald volgens de ISO-methode 937-1978.
3.
A. Wordt aangemerkt als:
a) „het hele geslachte dier” bedoeld bij de onderverdelingen 020410, 020421, 020430, 020441, 02045011 en 02045051: het hele geslachte dier na het uitbloeden, het ontdoen van de ingewanden en het villen, al dan niet met inbegrip van de kop, de poten en andere aan het geslachte dier vastzittende slachtafvallen. Indien het hele geslachte dier zonder kop wordt aangeboden, moet de kop van de romp zijn gescheiden ter hoogte van de bovenste halswervel (atlaswervel). Indien het hele geslachte dier zonder poten wordt aangeboden, moeten de poten zijn afgescheiden ter hoogte van de voorkniegewrichten, onderscheidenlijk spronggewrichten;
b) „het halve geslachte dier” bedoeld bij de onderverdelingen 020410, 020421, 020430, 020441, 02045011 en 02045051: het product dat verkregen wordt door het scheiden van het hele dier in twee symmetrische delen door het midden van alle hals-, rug-, lenden- en staartwervels en door het midden van het borstbeen en het bekken;
c) „voorstuk” bedoeld bij de onderverdelingen 02042210, 02044210, 02045013 en 02045053: het voorste deel van het geslachte dier, met of zonder de borst, dat alle beenderen, alsmede de schouders, de hals en de ribben van vet ontdaan, omvat. Dit deel wordt door een snede loodrecht op de wervelkolom afgescheiden en omvat ten minste vijf en ten hoogste zeven paar ribben of delen van ribben;
d) „half voorstuk” bedoeld bij de onderverdelingen 02042210, 02044210, 02045013 en 02045053: het voorste deel van het halve geslachte dier, met of zonder de borst, dat alle beenderen, alsmede de schouder, de hals en de ribben van vet ontdaan, omvat. Dit deel wordt door een snede loodrecht op de wervelkolom afgescheiden en omvat ten minste vijf en ten hoogste zeven ribben of delen van ribben;
e) „nierstuk en zadel” bedoeld bij de onderverdelingen 02042230, 02044230, 02045015 en 02045055: het gedeelte van het geslachte dier dat overblijft na afscheiding van het achterstel en van het voorstuk, met of zonder nieren. Het van het nierstuk afgescheiden zadel moet ten minste vijf lendenwervels omvatten. Het van het zadel afgescheiden nierstuk moet ten minste vijf paar ribben of delen van ribben omvatten;
f) „half nierstuk en zadel” bedoeld bij de onderverdelingen 02042230, 02044230, 02045015 en 02045055: het gedeelte van het halve geslachte dier dat overblijft na afscheiding van het halve achterstel en van het halve voorstuk, met of zonder nieren. Het van het halve nierstuk afgescheiden halve zadel moet ten minste vijf lendenwervels omvatten. Het van het halve zadel afgescheiden halve nierstuk moet ten minste vijf ribben of delen van ribben omvatten;
g) „achterstel” bedoeld bij de onderverdelingen 02042250, 02044250, 02045019 en 02045059: het achterste deel van het geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de poten omvat. Dit deel wordt door een snede loodrecht op de wervelkolom afgescheiden ter hoogte van de zesde lendenwervel iets onder het darmbeen of ter hoogte van de vierde staartwervel, door het darmbeen, voor het bekken;
h) „half achterstel” bedoeld bij de onderverdelingen 02042250, 02044250, 02045019 en 02045059: het achterste deel van het halve geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de poot omvat. Dit deel wordt door een snede loodrecht op de wervelkolom afgescheiden ter hoogte van de zesde lendenwervel iets onder het darmbeen of ter hoogte van de vierde staartwervel, door het darmbeen, voor het bekken.
B. Voor de bepaling van het aantal ribben of delen van ribben bedoeld in onderdeel A worden slechts ribben of delen van ribben die aan de wervelkolom vastzitten in aanmerking genomen.
4. Wordt aangemerkt als:
a) „delen van pluimvee, met been” bedoeld bij de onderverdelingen 02071320 tot en met 02071360, 02071420 tot en met 02071460, 02072620 tot en met 02072670, 02072720 tot en met 02072770, 02074421 tot en met 02074461, 02074521 tot en met 02074561, 02075421 tot en met 02075461, 02075521 tot en met 02075561 en 02076021 tot en met 02076061: de daarin genoemde delen, waarin alle beenderen nog aanwezig zijn.
De hierboven genoemde delen van pluimvee, waaruit een gedeelte van de beenderen is verwijderd, vallen onder de onderverdeling 02071370, 02071470, 02072680, 02072780, 02074471, 02074481, 02074571, 02074581, 02075471, 02075481, 02075571, 02075581 of 02076081;
b) „helften” bedoeld bij de onderverdelingen 02071320, 02071420, 02072620, 02072720, 02074421, 02074521, 02075421, 02075521 en 02076021: helften van hele dieren, verkregen door een snede langs het borstbeen en de wervelkolom;
c) „kwarten” bedoeld bij de onderverdelingen 02071320, 02071420, 02072620, 02072720, 02074421, 02074521, 02075421, 02075521 en 02076021: achterkwarten of voorkwarten, verkregen door een dwarse doorsnede van helften;
d) „hele vleugels, ook indien zonder spits” bedoeld bij de onderverdelingen 02071330, 02071430, 02072630, 02072730, 02074431, 02074531, 02075431, 02075531 en 02076031: delen van pluimvee, bestaande uit het opperarmbeen, de ellepijp en het spaakbeen met de daaraan gehechte spiermassa. De vleugelspits, met inbegrip van de beentjes van de carpus, kan al dan niet verwijderd zijn. De sneden worden gemaakt in de gewrichten;
e) „borsten” bedoeld bij de onderverdelingen 02071350, 02071450, 02072650, 02072750, 02074451, 02074551, 02075451, 02075551 en 02076051: delen van pluimvee, bestaande uit het borstbeen en de ribben aan weerszijden daarvan, met de daaraan gehechte spiermassa;
f) „dijen” bedoeld bij de onderverdelingen 02071360, 02071460, 02074461, 02074561, 02075461, 02075561 en 02076061: delen van pluimvee, bestaande uit het dijbeen, het scheenbeen en het kuitbeen met de daaraan gehechte spiermassa. De twee sneden worden gemaakt in de gewrichten;
g) „onderdijen van kalkoenen” bedoeld bij de onderverdelingen 02072660 en 02072760: delen van kalkoenen, bestaande uit het scheenbeen en het kuitbeen met de daaraan gehechte spiermassa. De twee sneden worden gemaakt in de gewrichten;
h) „kalkoendijen, andere dan onderdijen” bedoeld bij de onderverdelingen 02072670 en 02072770: delen van kalkoenen, bestaande uit het dijbeen met de daaraan gehechte spiermassa, of uit het dijbeen, het scheenbeen en het kuitbeen met de daaraan gehechte spiermassa. De twee sneden worden gemaakt in de gewrichten;
ij) „zogenaamde eenden- of ganzenpaletots” bedoeld bij de onderverdelingen 02074471, 02074571, 02075471 en 02075571: eenden of ganzen die worden aangeboden geplukt, geheel schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, en waaruit de beenderen van het karkas (borstbeen, ribben, wervelkolom en heiligbeen) zijn verwijderd doch waarin scheen-, dij- en opperarmbeenderen nog aanwezig zijn.
5. Het douanerecht dat van toepassing is voor mengsels die onder dit hoofdstuk vallen, zal als volgt zijn:
a) op mengsels, waarvan een bestanddeel ten minste 90 gewichtspercenten uitmaakt, wordt het recht bij invoer toegepast waaraan dit bestanddeel is onderworpen;
b) op andere mengsels wordt het recht bij invoer toegepast van het bestanddeel dat aan het hoogste recht bij invoer is onderworpen.
6.
a) Niet-gekookt en niet-gebakken, gekruid vlees valt onder hoofdstuk 16. Als „gekruid vlees” wordt aangemerkt, vlees, niet gekookt en niet gebakken, dat, waarneembaar met het blote oog of duidelijk waarneembaar aan de smaak, inwendig of over de totale oppervlakte is gekruid.
b) De producten van post 0210 blijven onder deze post ingedeeld, wanneer daaraan tijdens de vervaardiging kruiden zijn toegevoegd, voor zover daardoor hun karakter van product van post 0210 niet wordt gewijzigd.
7. Voor de toepassing van de onderverdelingen 021011 tot en met 021093 worden vlees en eetbare slachtafvallen als „gezouten of gepekeld” aangemerkt, indien zij in alle delen, inwendig en homogeen zijn gezouten en een totaal zoutgehalte van 1,2 of meer gewichtspercenten hebben en de houdbaarheid op lange termijn door het zouten is gewaarborgd. Voor de toepassing van onderverdeling 021099 worden vlees en eetbare slachtafvallen als „gezouten of gepekeld” aangemerkt, indien zij in alle delen, inwendig en homogeen zijn gezouten en een totaal zoutgehalte van 1,2 of meer gewichtspercenten hebben.
De toelichtingen van de Europese Commissie over de indeling van goederen onder deze GN-codes. Ze zijn niet juridisch bindend, maar de douaneautoriteiten volgen ze; ze vullen de toelichtingen op het HS van de Werelddouaneorganisatie aan.
Het begrip „spek” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 2, letter D, op dit hoofdstuk.
Algemene opmerkingen
1. Vlees en slachtafvallen die geschikt zijn voor menselijke consumptie blijven ook onder dit hoofdstuk ingedeeld, indien zij bestemd zijn voor de vervaardiging van diervoeders.
2. Voor de draagwijdte van de termen „vlees” en „slachtafvallen” in de zin van dit hoofdstuk wordt verwezen naar de algemene opmerkingen van de GS-toelichting op dit hoofdstuk.
3. Met betrekking tot de staat waarin vlees en slachtafvallen van dit hoofdstuk kunnen voorkomen (vers, gekoeld, bevroren, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt) wordt eveneens verwezen naar de algemene opmerkingen van de GS-toelichting op dit hoofdstuk. Er wordt bovendien op gewezen dat diepvriesvlees wordt gelijkgesteld met bevroren vlees. Hetzelfde geldt voor geheel of gedeeltelijk ontdooid vlees. Verder omvat de term „bevroren” niet alleen vlees dat in verse staat bevroren is, maar ook vlees dat eerst licht is gedroogd en vervolgens bevroren, mits de werkelijke verduurzaming voornamelijk het gevolg is van het bevriezen.
4. Zie voor het onderscheid tussen vlees en slachtafvallen, bedoeld bij dit hoofdstuk, en de producten bedoeld bij hoofdstuk 16 eveneens de algemene opmerkingen van de GS-toelichting op dit hoofdstuk. Rauw vlees en rauwe slachtafvallen, gehakt doch niet verder bereid, die, alleen om het hanteren en het vervoer ervan te vergemakkelijken, in een folie van kunststof zijn verpakt (ook indien in worstvorm), blijven evenwel onder dit hoofdstuk ingedeeld.
5. Voor het maken van onderscheid tussen delen zonder been en delen met been worden kraakbeen en pezen niet als been aangemerkt.
6. Vlees en slachtafvallen waaraan conserveermiddelen, stabilisatoren of antioxidanten zijn toegevoegd om het bederf van deze producten te voorkomen, blijven onder dit hoofdstuk ingedeeld.
Aanvullende aantekening (GN) 1 A d) en aanvullende aantekening (GN) 1 A e)
Voor de toepassing van de aanvullende aantekeningen (GN) 1, letter A, onder d), en (GN) 1, letter A, onder e), op dit hoofdstuk (die moeten worden gelezen in samenhang met aanvullende aantekening (GN) 1, letter C, op dit hoofdstuk), worden bij het bepalen of de voorwaarden met betrekking tot het minimum- en het maximumaantal ribben zijn vervuld, alleen de hele ribben of delen van ribben geteld die direct aan de wervelkolom vastzitten.
Volgens deze toelichting laat de onderstaande schets een rundervoorvoet of rundervoorspan zien die/dat strookt met aanvullende aantekeningen (GN) 1, letter A, onder d) en (GN) 1, letter A, onder e), gelezen in samenhang met aanvullende aantekening (GN) 1, letter C, op dit hoofdstuk.
VOORVOET OF -SPAN ACHTERVOET OF -SPAN
Aanvullende aantekening (GN) 2 C
Voor de toepassing van de aanvullende aantekening (GN) 2, letter C, op dit hoofdstuk wordt, voor wat betreft de twee verschillende technieken van versnijden en voor de begrippen „doorregen halsspek”, „kinnebakspek” en „kinnebakspek en doorregen halsspek tezamen”, verwezen naar de onderstaande afbeeldingen:
Aanvullende aantekening (GN) 6 a)
Voor de toepassing van deze aanvullende aantekening (GN) wordt zout niet aangemerkt als een kruid.
Zie ook aanvullende aantekening (GN) 7 op dit hoofdstuk.
Toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Unie, Publicatieblad C (geconsolideerde tekst en latere wijzigingen) · © European Union
De gecombineerde nomenclatuur van elk jaar zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad: omschrijving, recht derde landen en aanvullende eenheid.
| Jaar | Omschrijving | Recht derde landen | Aanvullende eenheid |
|---|---|---|---|
| 2026 | vers, gekoeld, bevroren, gezouten of gepekeld | 21,4 €/100 kg/net | — |
| 2025 | ongewijzigd | 21,4 €/100 kg/net | — |
| 2024 | ongewijzigd | 21,4 €/100 kg/net | — |
| 2023 | ongewijzigd | 21,4 €/100 kg/net | — |
| 2022 | ongewijzigd | 21,4 €/100 kg/net | — |
| 2021 | ongewijzigd | 21,4 €/100 kg/net | — |
| 2020 | ongewijzigd | 21,4 €/100 kg/net | — |
| 2019 | Fresh, chilled, frozen, salted or in brine | 21,4 €/100 kg/net | — |
In de gecombineerde nomenclatuur is 0209 10 11 een van de 3 tariefregels onder onderverdeling 0209.10 (‘Spek (ander dan doorregen spek), alsmede varkensvet: van varkens’).
Het derdelandenrecht is een specifiek of samengesteld recht: 21,4 €/100 kg/net.
Goederen uit 127 landen kunnen in de EU tegen een preferentieel tarief worden ingevoerd in plaats van tegen het derdelandenrecht van 21,4 €/100 kg/net, bijvoorbeeld onder GSP-EBA of CARIFORUM; voor 115 daarvan geldt helemaal geen invoerrecht.
De EU heft op goederen van oorsprong uit Belarus en Rusland bovenop het douanerecht een aanvullend recht van 50%.
In de twaalf maanden tot en met augustus 2026 voerde de EU goederen van HS-onderverdeling 0209.10 in ter waarde van € 1,6 mln. (−2% ten opzichte van de twaalf maanden daarvoor), gemiddeld € 1,18 per kg; de grootste leverancier was het Verenigd Koninkrijk met 18% van de invoer, gevolgd door Mexico.
Ter vergelijking, voor dezelfde onderverdeling: Turkije 42,5%, VS 3,2%, Canada vrij, Mexico 15%, Brazilië 5,4%, Argentinië 5,4%, Peru 11%, Nieuw-Zeeland vrij, Japan 6%, Taiwan 18%, GCC 5%, Noord-Macedonië 10% en Nigeria 20%.
De EU-lidstaten importeerden in 2024 goederen van onderverdeling 0209.10 ter waarde van US$ 335 mln.
In de gecombineerde nomenclatuur bedraagt het derdelandenrecht 21,4 €/100 kg/net; aanvullende eenheid: —. Preferentiële tarieven voor goederen uit verdragslanden, antidumpingrechten en btw zijn niet meegerekend.
127 landen hebben voor deze tariefregel een preferentieel tarief, 115 daarvan 0%, onder meer onder GSP-EBA, CARIFORUM en LGO. Dat tarief geldt alleen voor goederen die aan de oorsprongsregels van het akkoord voldoen en waarvoor een oorsprongsbewijs beschikbaar is. Kies op deze pagina het land van oorsprong om het tarief te zien.
De EU heft op goederen van oorsprong uit Belarus en Rusland bovenop het douanerecht een aanvullend recht van 50%. Voor exporteurs die in de maatregel bij naam worden genoemd, kunnen afwijkende tarieven gelden.