1. Voor de toepassing van de onderverdelingen 17011210, 17011290, 17011310, 17011390, 17011410 en 17011490 wordt aangemerkt als „ruwe suiker” suiker die niet is gearomatiseerd en waaraan geen kleurstoffen noch andere stoffen zijn toegevoegd en die in droge toestand minder dan 99,5 gewichtspercenten sacharose bevat, bepaald met behulp van de polarimeter.
2. Het recht dat van toepassing is op ruwe suiker die onder de onderverdelingen 17011210, 17011310 en 17011410 valt en waarvoor het rendement dat is vastgesteld overeenkomstig bijlage III, deel (B), punt (III), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671), afwijkt van 92 %, wordt als volgt berekend:
het aangegeven recht wordt vermenigvuldigd met een aanpassingscoëfficiënt die verkregen wordt door het percentage van het rendement dat is vastgesteld volgens de hiervoor genoemde maatregel, door 92 te delen.
3. Voor de toepassing van onderverdeling 17019910 wordt aangemerkt als „witte suiker” suiker die niet is gearomatiseerd en waaraan geen kleurstoffen noch andere stoffen zijn toegevoegd en die in droge toestand 99,5 of meer gewichtspercenten sacharose bevat, bepaald met behulp van de polarimeter.
4. Voor de toepassing van de onderverdelingen 17022010, 17026095 en 17029071 wordt het suikergehalte (sacharose, fructose, glucose en maltose, waarbij de fructose en glucose worden berekend in sacharose-equivalent) bepaald met behulp van de HPLC-methode (hogedrukvloeistofchromatografie), volgens onderstaande formule:
S + 0,95 x (F + G) + M
waarbij:
„S” het met behulp van de HPLC-methode bepaalde sacharosegehalte is,
„F” het met behulp van de HPLC-methode bepaalde fructosegehalte is,
„G” het met behulp van de HPLC-methode bepaalde glucosegehalte is,
„M” het met behulp van de HPLC-methode bepaalde maltosegehalte is.
Voor producten van de onderverdelingen 17026080, 17029080 en 17029095 moet het sacharosegehalte, inclusief andere suikers berekend als sacharose, met behulp van de refractometermethode worden bepaald (uitgedrukt in graden Brix overeenkomstig de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 974/2014 van de Commissie). Voor producten van de onderverdelingen 17026080 en 17029080 moet de omzetting van de resultaten worden verkregen door de graden Brix met de coëfficiënt 0,95 te vermenigvuldigen.
5. Voor de toepassing van de onderverdelingen 17023010, 17024010, 17026010 en 17029030 wordt met de term „isoglucose” het uit glucose of glucosepolymeren verkregen product bedoeld, dat ten minste 10 gewichtspercenten fructose bevat, berekend op de droge stof.
Voor producten van deze onderverdelingen moet het sacharosegehalte, inclusief andere suikers berekend als sacharose, met behulp van de refractometermethode worden bepaald (uitgedrukt in graden Brix overeenkomstig de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 974/2014).
6. Als „inulinestroop” wordt aangemerkt:
a) voor de toepassing van onderverdeling 17026080 het onmiddellijk na hydrolyse van inuline of oligofructose verkregen product, dat in droge toestand meer dan 50 % vrije fructose of fructose in de vorm van sacharose bevat;
b) voor de toepassing van onderverdeling 17029080 het onmiddellijk na hydrolyse van inuline of oligofructose verkregen product, dat in droge toestand ten minste 10 doch niet meer dan 50 % vrije fructose of fructose in de vorm van sacharose bevat.
De hoeveelheid „vrije fructose of fructose in de vorm van sacharose” wordt bepaald door middel van de formule F + 0,5 S/0,95 berekend op de droge stof, waarbij „F” het fructosegehalte is en „S” het sacharosegehalte, als bepaald door middel van de hogedrukvloeistofchromatografie-methode.
7. De onder onderverdeling 170490 in te delen goederen die als assortiment worden aangeboden, worden onderworpen aan een agrarisch element (EA) vastgesteld naar het gemiddelde gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen, melkproteïnen, sacharose, isoglucose, glucose en zetmeel, berekend over het gehele assortiment.
8. In de nomenclatuur worden mengsels van suiker met kleine hoeveelheden andere stoffen ingedeeld onder hoofdstuk 17, tenzij zij het karakter hebben van een elders ingedeeld preparaat.