2713 11 00 en 2713 12 00 · petroleumcokes
Tot deze onderverdelingen behoort de onder letter A van de GS-toelichting op post 2713 omschreven petroleumcokes.
Gecombineerde nomenclatuur van de EU · GN-code · HS 2713.11
Petroleumcokes, niet gecalcineerd
✓ Bruikbaar in een douaneaangifte Gegevens: Gecombineerde nomenclatuur van de EU, geldig vanaf 1 januari 2026 · gecontroleerd op 24 oktober 2026
Invoer: EU
Heffingen bovenop het invoerrecht en voorschriften waaraan de goederen aan de grens moeten voldoen.
Verboden, vergunningen, controles en sancties die gelden wanneer deze goederen de EU verlaten.
| Uitvoermaatregelen | Bestemming | Rechtshandeling | Geldigheid |
|---|---|---|---|
| UitvoerbeperkingSanctieregeling: North Korea | Noord-Korea | Regulation 1836/17 | 28 juni 2018 |
| UitvoercontroleSanctieregeling: Crimea and Sevastopol | Oekraïne | Regulation 0692/14 | 25 februari 2025 |
| UitvoercontroleSanctieregeling: Non-government-controlled areas of Ukraine | Oekraïne | Regulation 0263/22 | 25 augustus 2022 |
| Uitvoercontrole afval | Australië, Canada, Zwitserland, Chili, Colombia, Costa Rica, Verenigd Koninkrijk, Israël, IJsland, Japan, Zuid-Korea, Liechtenstein, Mexico, Noorwegen, Nieuw-Zeeland, Turkije, Verenigde Staten | Regulation 1157/24 | 21 mei 2026 |
| Uitvoercontrole afval | All third countries (behalve Australië, Canada, Zwitserland, Chili, Colombia, Costa Rica, Verenigd Koninkrijk, Israël, IJsland, Japan, Zuid-Korea, Liechtenstein, Mexico, Noorwegen, Nieuw-Zeeland, Turkije, Verenigde Staten) | Regulation 1157/24 | 21 mei 2026 |
TARIC-gegevens per 26 oktober 2026
Het tarief dat elke lidstaat toepast op goederen van deze code, uit de databank Taxes in Europe van de Commissie. Een verlaagd tarief kan slechts een deel van de goederen onder een code dekken: raadpleeg de nationale btw-wetgeving.
TEDB · 26 oktober 2026
| Land | Waarde | Aandeel | Verandering |
|---|---|---|---|
| € 352,8 mln. | 81,6% | +2,4% | |
| € 26,2 mln. | 6,1% | +560,4% | |
| € 23,1 mln. | 5,4% | +726,1% | |
| € 10,2 mln. | 2,4% | +292,1% | |
| € 10,1 mln. | 2,3% | +131,8% | |
| € 3,6 mln. | 0,8% | -33,1% | |
| € 1,9 mln. | 0,4% | +257% | |
| € 1,5 mln. | 0,3% | +467.661,1% |
2713.11 Petroleumcokes, petroleumbitumen en andere residuen: petroleumcokes, niet gecalcineerd
1. Voor de toepassing van onderverdeling 27079980 worden als „fenolen” aangemerkt, producten die meer dan 50 gewichtspercenten fenolen bevatten.
2. Voor de toepassing van post 2710 worden aangemerkt als:
a) „speciale lichte oliën” (onderverdelingen 27101221 en 27101225), de lichte oliën omschreven onder aanvullende aantekening 4 op dit hoofdstuk, die geen antiklopmiddelen bevatten en waarvan het verschil tussen de temperatuur waarbij, distillatieverliezen inbegrepen, 5 % van hun volume overdistilleert, en de temperatuur waarbij, distillatieverliezen inbegrepen, 90 % van hun volume overdistilleert, niet meer bedraagt dan 60 °C;
b) „white spirit” (onderverdeling 27101221), de onder a) hiervoor bedoelde speciale lichte oliën, waarvan het ontvlammingspunt, bepaald volgens de methode EN ISO 13736, boven 21 °C ligt;
c) „halfzware oliën” (onderverdelingen 27101911 tot en met 27101929), de oliën en preparaten die, distillatieverliezen inbegrepen, voor minder dan 90 % bij 210 °C en voor ten minste 65 % bij 250 °C van hun volume overdistilleren, een en ander bepaald volgens de methode ISO 3405 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 86);
d) „zware oliën” (onderverdelingen 27101931 tot en met 27101999 en 27102011 tot en met 27102090), de oliën en preparaten die, distillatieverliezen inbegrepen, voor minder dan 65 % van hun volume overdistilleren bij 250 °C, een en ander bepaald volgens de methode ISO 3405 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 86), of waarvan het distillatiepercentage bij 250 °C volgens deze methode niet kan worden vastgesteld;
e) „gasolie” (onderverdelingen 27101931 tot en met 27101948 en 27102011 tot en met 27102019), de onder d) hiervoor bedoelde zware oliën die, distillatieverliezen inbegrepen, voor ten minste 85 % van hun volume overdistilleren bij 350 °C, een en ander bepaald volgens de methode ISO 3405 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 86);
f) „stookolie” (onderverdelingen 27101951 tot en met 27101967 en 27102032 tot en met 27102038), de onder d) hiervoor bedoelde zware oliën, andere dan gasolie, bedoeld onder e) hiervoor, die gelet op de kleur na verdunning (K) een viscositeit (V) hebben, welke
hetzij gelijk is aan of lager is dan de waarden van regel I van onderstaande tabel, indien het gehalte aan sulfaatas, bepaald volgens de methode ISO 3987, minder bedraagt dan 1 % en indien het verzepingsgetal, bepaald volgens de methode ISO 6293-1 of ISO 6293-2, lager is dan 4 (behalve wanneer het product één of meer biocomponenten bevat, in welk geval de vereiste in dit streepje dat het verzepingsgetal lager moet zijn dan 4, niet van toepassing is),
hetzij hoger is dan de waarden van regel II van onderstaande tabel, indien het vloeipunt, bepaald volgens de methode ISO 3016, 10 °C of meer bedraagt;
hetzij ligt tussen de waarden vermeld in de regels I en II van onderstaande tabel of gelijk is aan de waarden van regel II van die tabel, indien zij voor ten minste 25 % van hun volume overdistilleren bij 300 °C, bepaald volgens de methode ISO 3405 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 86) of, indien zij voor minder dan 25 % van hun volume overdistilleren bij 300 °C, wanneer hun vloeipunt hoger is dan minus 10 °C, bepaald volgens de methode ISO 3016; dit is uitsluitend van toepassing op oliën met een kleur na verdunning (K) die lager is dan 2.
| Kleur (K) | 0 | 0,5 | 1 | 1,5 | 2 | 2,5 | 3 | 3,5 | 4 | 4,5 | 5 | 5,5 | 6 | 6,5 | 7 | 7,5 en meer | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Viscositeit (V) | I | 4 | 4 | 4 | 5,4 | 9 | 15,1 | 25,3 | 42,4 | 71,1 | 119 | 200 | 335 | 562 | 943 | 1580 | 2650 |
| II | 7 | 7 | 7 | 7 | 9 | 15,1 | 25,3 | 42,4 | 71,1 | 119 | 200 | 335 | 562 | 943 | 1580 | 2650 |
Onder „viscositeit (V)” wordt verstaan, de kinematische viscositeit bij 50 °C, uitgedrukt in 10–6 m2 s–1, bepaald volgens de methode EN ISO 3104.
Onder „kleur na verdunning (K)” wordt verstaan de kleur, bepaald volgens de methode ISO 2049 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 1500), die het product heeft verkregen na verdunning van één volume-eenheid met xyleen, tolueen of een ander geschikt oplosmiddel tot 100 volume-eenheden. De kleur moet dadelijk na de verdunning van het product worden bepaald.
Onder „biocomponenten” worden dierlijke of plantaardige vetten, dierlijke of plantaardige oliën of monoalkylesters van vetzuren (FAMAE) verstaan.
De kleur van de stookolie bedoeld bij de onderverdelingen 27101951 tot en met 27101967 en 27102032 tot en met 27102038 moet een natuurlijke zijn.
Deze onderverdelingen omvatten niet de onder d) hiervoor bedoelde zware oliën waarvoor niet kan worden vastgesteld:
hetzij het distillatiepercentage (nul wordt hierbij ook als een percentage beschouwd) bij 250 °C, bepaald volgens de methode ISO 3405 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 86);
hetzij de kinematische viscositeit bij 50 °C, een en ander bepaald volgens de methode EN ISO 3104;
hetzij de kleur na verdunning (K), bepaald volgens de methode ISO 2049 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 1500).
Deze producten worden ingedeeld onder de onderverdelingen 27101971 tot en met 27101999 of 27102090;
g) „bevat biodiesel” houdt in dat de producten van onderverdeling 271020 een minimumgehalte bevatten aan biodiesel, d.w.z. monoalkylesters van vetzuren (FAMAE) van de soort die als brandstof wordt gebruikt, van 0,5 volumepercent (bepaald volgens de methode EN 14078).
3. Voor de toepassing van post 2712 wordt als „ruwe vaseline” (onderverdeling 27121010) aangemerkt, vaseline met een natuurlijke kleur van meer dan 4,5, bepaald volgens de methode ISO 2049 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 1500).
4. Voor de toepassing van de onderverdelingen 27129031 tot en met 27129039 worden als „ruw” aangemerkt, de producten:
a) met een oliegehalte van ten minste 3,5 gewichtspercenten, indien de viscositeit bij 100°C, bepaald volgens de methode EN ISO 3104, minder dan 9 × 10– 6 m2 s– 1 bedraagt, of
b) met een natuurlijke kleur van meer dan 3, bepaald volgens de methode ISO 2049 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 1500), indien de viscositeit bij 100 °C, bepaald volgens de methode EN ISO 3104, ten minste 9 × 10–6 m2 s–1 bedraagt.
5. Onder „aangewezen behandeling” in de zin van de posten 2710 tot en met 2712 worden de volgende bewerkingen verstaan:
a) vacuümdistillatie;
b) herdistillatie volgens een proces van ver doorgevoerde splitsing;
c) kraken;
d) reforming;
e) extractie met behulp van selectieve oplosmiddelen;
f) een bewerking bestaande uit alle navolgende behandelingen: behandelen met geconcentreerd zwavelzuur, met rokend zwavelzuur of met zwavelzuuranhydride, neutraliseren met behulp van alkalische stoffen, ontkleuren en zuiveren met behulp van van nature actieve aarde, van geactiveerde aarde, van actieve koolstof of van bauxiet;
g) polymeriseren;
h) alkyleren;
ij) isomeriseren;
k) uitsluitend voor de producten van de onderverdelingen 27101931 tot en met 27101999: ontzwavelen met gebruikmaking van waterstof, waardoor het zwavelgehalte van de behandelde producten met ten minste 85 % wordt verlaagd (methode EN ISO 20846, EN ISO 20884 of EN ISO 14596 of EN ISO 24260, EN ISO 20847 en EN ISO 8754);
l) uitsluitend voor de producten van post 2710: ontparaffineren, anders dan door enkel filtreren;
m) uitsluitend voor de producten van de onderverdelingen 27101931 tot en met 27101999: behandelen met waterstof, uitgezonderd ontzwavelen, waarbij de waterstof actief deelneemt aan een scheikundige reactie die, met behulp van een katalysator, onder een druk van meer dan 20 bar en bij een temperatuur van meer dan 250 °C wordt teweeggebracht. Eindbehandeling met waterstof van smeeroliën bedoeld bij de onderverdelingen 27101971 tot en met 27101999, die in het bijzonder ten doel heeft de kleur of de stabiliteit te verbeteren (bijvoorbeeld „hydrofinishing” of ontkleuren), wordt daarentegen niet aangemerkt als een aangewezen behandeling;
n) uitsluitend voor de producten van de onderverdelingen 27101951 tot en met 27101967: atmosferische distillatie, mits deze producten, distillatieverliezen inbegrepen, voor minder dan 30 % van hun volume overdistilleren bij 300 °C, een en ander bepaald volgens de methode ISO 3405 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 86). Wanneer deze producten, distillatieverliezen inbegrepen, voor 30 % of meer van hun volume overdistilleren bij 300 °C, een en ander bepaald volgens de methode ISO 3405 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 86), worden de hoeveelheden producten, die eventueel bij de atmosferische distillatie worden verkregen en die vallen onder de onderverdelingen 27101211 tot en met 27101290 of 27101911 tot en met 27101929, onderworpen aan de rechten opgenomen bij de onderverdelingen 27101962 tot en met 27101967, berekend naar de soort en de waarde van de gebruikte producten en op basis van het nettogewicht van de verkregen producten. Deze bepaling is niet van toepassing op de verkregen producten, die bestemd zijn om, binnen een termijn van ten hoogste zes maanden en onder andere door de bevoegde autoriteiten vast te stellen voorwaarden en bepalingen, een aangewezen behandeling te ondergaan of om chemisch te worden verwerkt volgens een andere werkwijze dan een aangewezen behandeling;
o) uitsluitend voor de producten van de onderverdelingen 27101971 tot en met 27101999: behandelen met gebruikmaking van hoogfrequente glimontlading;
p) uitsluitend voor de producten van onderverdeling 27129031: olieafscheiding door gefractioneerde kristallisatie.
Indien aan de vorengenoemde behandelingen op technische gronden een voorbehandeling moet voorafgaan, geldt de vrijstelling alleen voor de hoeveelheden producten die bestemd zijn om aan bovengenoemde aangewezen behandelingen te worden onderworpen en deze behandelingen ook werkelijk ondergaan; de vrijstelling geldt eveneens voor de eventuele verliezen bij de voorbehandeling.
6. De hoeveelheden producten, die eventueel worden verkregen bij de chemische verwerking of bij de voorbehandeling, indien deze op technische gronden moet voorafgaan, en welke vallen onder de posten 2710 en 2711 en de onderverdelingen 27071000, 27072000, 27073000, 27075000, 271210, 271220, 27129031 tot en met 27129099 en 271390 worden onderworpen aan de rechten, opgenomen voor producten „bestemd voor ander gebruik”, berekend naar de soort en de waarde van de gebruikte producten en op basis van het nettogewicht van de verkregen producten. Deze bepaling is niet van toepassing op de onder de posten 2710 tot en met 2712 vallende producten, indien deze bestemd zijn om, binnen een termijn van ten hoogste zes maanden en onder andere door de bevoegde autoriteiten vast te stellen voorwaarden en bepalingen, een aangewezen behandeling te ondergaan of om opnieuw chemisch te worden verwerkt.
De toelichtingen van de Europese Commissie over de indeling van goederen onder deze GN-codes. Ze zijn niet juridisch bindend, maar de douaneautoriteiten volgen ze; ze vullen de toelichtingen op het HS van de Werelddouaneorganisatie aan.
Tot deze onderverdelingen behoort de onder letter A van de GS-toelichting op post 2713 omschreven petroleumcokes.
Algemene opmerkingen
Tenzij anders aangegeven worden onder ASTM-methoden verstaan de methoden die door de American Society for Testing and Materials zijn aanvaard.
Aantekening 2
1. Voor de bepaling van het gehalte aan aromatische bestanddelen moeten onderstaande methoden worden gebruikt:
2. De uitdrukking „dergelijke olie” omvat onder andere de volgende mengsels van koolwaterstoffen:
Met betrekking tot de productie van „dergelijke olie” gelden de volgende definities:
Aanvullende aantekening (GN) 5
1. Afgezien van het bepaalde in aanvullende aantekening (GN) 5, onder n), geldt de vrijstelling voor het totaal van de producten die aan een „aangewezen behandeling” worden onderworpen.
Indien bijvoorbeeld een aardolieproduct aan een alkylatie of polymerisatie wordt onderworpen, geldt de vrijstelling ook voor dat gedeelte, dat niet daadwerkelijk wordt omgezet (dat wil zeggen niet wordt gealkyleerd of gepolymeriseerd).
2. Indien aan de „aangewezen behandeling” een voorbehandeling moet voorafgaan (zie laatste alinea van aanvullende aantekening (GN) 5) dient aan twee voorwaarden te zijn voldaan om vrijstelling te verkrijgen:
a) het ingevoerde product moet werkelijk een voeding zijn, bestemd om een „aangewezen behandeling” te ondergaan, bijvoorbeeld de voeding voor het kraakproces;
b) de voorbehandeling moet technisch noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van een „aangewezen behandeling”.
Als noodzakelijke voorbehandelingen van producten bestemd om een „aangewezen behandeling” te ondergaan, kunnen bijvoorbeeld worden genoemd:
a) het ontgassen;
b) het drogen;
c) het verwijderen van bepaalde lichte of zware stoffen die de behandeling zouden kunnen verstoren;
d) het verwijderen of het omzetten van mercaptanen (het zoeten of „sweetening”), van andere zwavelverbindingen of van andere voor de behandeling schadelijke stoffen;
e) het neutraliseren;
f) het decanteren;
g) het ontzouten.
Over bij de voorbehandeling verkregen producten die niet worden onderworpen aan een „aangewezen behandeling”, dient het invoerrecht te worden geheven dat geldt voor producten „bestemd voor ander gebruik”, naar de soort en de waarde van de ingevoerde producten en op basis van het nettogewicht van de verkregen producten.
Aanvullende aantekening (GN) 5 a)
Onder vacuümdistillatie wordt verstaan de distillatie onder een druk van niet meer dan 400 mbar, gemeten aan de top van de kolom.
Aanvullende aantekening (GN) 5 b)
Onder herdistillatie volgens een proces van ver doorgevoerde splitsing wordt verstaan een distillatieproces (uitgezonderd „topping”) in industriële, al dan niet continu werkende installaties, waarbij distillaten van de onderverdelingen 2710 12 11 t/m 2710 19 48, 2711 11 00, 2711 12 91 t/m 2711 19 00, 2711 21 00 en 2711 29 00 (andere dan propaan met een zuiverheid van 99 % of meer) als voeding worden gebruikt om de volgende producten te verkrijgen:
1. geïsoleerde koolwaterstoffen met een hoge zuiverheidsgraad (90 % of meer voor onverzadigde koolwaterstoffen en 95 % of meer voor andere koolwaterstoffen), waarbij mengsels van isomeren van eenzelfde organische verbinding als geïsoleerde koolwaterstoffen worden beschouwd.
Er wordt op gewezen dat slechts die behandelingen zijn toegestaan waarbij ten minste drie producten worden verkregen; deze beperking geldt niet voor het scheiden van isomeren. In dit verband wordt ethylbenzeen als een isomeer van xyleen beschouwd;
2. producten van de onderverdelingen 2707 10 00 t/m 2707 30 00, 2707 50 00 en 2710 12 11 t/m 2710 19 48:
a) waarvan het eindkookpunt van de ene fractie en het beginkookpunt van de volgende fractie elkaar niet overlappen en waarvan het verschil tussen de temperaturen waarbij — distillatieverliezen inbegrepen — 5 % en 90 % van het volume overdistilleert (methode EN ISO 3405 (gelijkwaardig aan methode ASTM D 86)), niet meer bedraagt dan 60 °C;
b) waarvan het eindkookpunt van de ene fractie en het beginkookpunt van de volgende fractie elkaar overlappen en waarvan het verschil tussen de temperaturen waarbij — distillatieverliezen inbegrepen — 5 % en 90 % van het volume overdistilleert (methode EN ISO 3405 (gelijkwaardig aan methode ASTM D 86)), niet meer bedraagt dan 30 °C.
Aanvullende aantekening (GN) 5 c)
Onder kraken wordt verstaan de industriële behandeling waarbij door warmte, met of zonder druk alsmede met of zonder gebruik van katalysatoren, de moleculen van aardolieproducten worden gebroken en hun chemische structuur wordt veranderd, waarbij vooral mengsels van lichtere koolwaterstoffen worden verkregen die bij normale temperatuur en normale druk vloeibaar of gasvormig zijn.
De belangrijkste kraakbehandelingen zijn:
1. thermisch kraken;
2. katalytisch kraken;
3. stoomkraken voor de vervaardiging van gasvormige koolwaterstoffen;
4. hydrokraken (kraakbehandeling in aanwezigheid van waterstof);
5. dehydrogeneren;
6. dealkyleren;
7. verkooksen (coking);
8. kraken om de viscositeit te verlagen (visbreaking).
Aanvullende aantekening (GN) 5 d)
Onder reforming wordt verstaan de thermische of ook katalytische behandeling van lichte of halfzware oliën ter verhoging van hun gehalte aan aromaten. Katalytische reforming wordt bijvoorbeeld toegepast voor de omzetting van lichte oliën uit de eerste distillatie in lichte oliën met een hoger octaangetal (met een hoog gehalte aan aromatische koolwaterstoffen) of in een mengsel van koolwaterstoffen die benzeen, tolueen, xyleen, ethylbenzeen, enz. bevatten.
In het bijzonder kan worden genoemd de katalytische reforming met platina als katalysator.
Aanvullende aantekening (GN) 5 e)
Onder extractie met behulp van selectieve oplosmiddelen wordt verstaan de behandeling waarbij groepen van stoffen met een verschillende moleculaire structuur met behulp van bijzondere, selectief werkende oplosmiddelen (furfurol, fenol, dichloorethylether, zwaveldioxide, nitrobenzeen, ureum en bepaalde ureumderivaten, aceton, propaan, methylethylketon, methylisobutylketon, glycol, N-methylmorfoline, enz.) van elkaar worden gescheiden.
Aanvullende aantekening (GN) 5 g)
Onder polymeriseren wordt verstaan de industriële behandeling waarbij onverzadigde koolwaterstoffen, al dan niet met behulp van warmte en al dan niet met gebruikmaking van katalysatoren, tot een of meer van hun polymeren of copolymeren worden samengevoegd.
Aanvullende aantekening (GN) 5 h)
Onder alkyleren wordt verstaan iedere thermische of katalytische reactie waarbij onverzadigde koolwaterstoffen een verbinding aangaan met ongeacht welke andere koolwaterstoffen, in het bijzonder met isoparaffinen of met aromaten.
Aanvullende aantekening (GN) 5 ij)
Onder isomeriseren wordt verstaan de wijziging van de structuur van de bestanddelen van aardolieproducten, zonder dat de brutoformule van de bestanddelen wordt gewijzigd.
Aanvullende aantekening (GN) 5 l)
Van de wasverwijderingsbehandelingen in de zin van deze aanvullende aantekening (GN) kunnen bijvoorbeeld worden genoemd het het verwijderen van was:
1. door afkoeling (met of zonder oplosmiddelen);
2. met behulp van microbiologische processen;
3. met behulp van ureum;
4. met behulp van moleculaire zeven.
Aanvullende aantekening (GN) 5 n)
Onder atmosferische distillatie wordt verstaan de distillatie onder een druk van ongeveer 1 013 mbar, gemeten aan de top van de kolom.
Aanvullende aantekening (GN) 6
1. Onder „chemische verwerking” wordt verstaan iedere behandeling die ten doel heeft de moleculaire structuur van een of meer bestanddelen van het bewerkte aardolieproduct te wijzigen.
Als „chemische verwerking” wordt bijvoorbeeld niet aangemerkt het enkel vermengen van een aardolieproduct met een ander aardolieproduct of met een ander product. De toevoeging van white spirit aan een verfstof, of de toevoeging van een smeerolie aan een drukinkt beantwoordt dus niet aan de definitie „chemische verwerking”. Hetzelfde geldt voor ieder gebruik van aardolieproducten als oplosmiddel, motorbrandstof of brandstof.
2. Voorbeelden van „chemische verwerkingen”:
a) behandeling met halogenen of met halogeenverbindingen:
i) reactie met het in gasvormige aardolieproducten aanwezige propyleen, voor de vervaardiging van organische derivaten (bijvoorbeeld voor de vervaardiging van propyleenoxide);
ii) bewerking van aardoliefracties (benzine, kerosine, gasolie), paraffine, minerale wassen of paraffinehoudende residuen met chloor of chloorverbindingen voor de vervaardiging van chloorparaffinen;
b) behandeling met basen (natronloog, kaliloog, ammoniak, enz.) voor de vervaardiging van nafteenzuren;
c) behandeling met zwavelzuur of met zwavelzuuranhydride voor:
i) de vervaardiging van sulfonaten;
ii) de extractie of vervaardiging van isobutyleen;
iii) het sulfoneren van gasoliën en smeeroliën.
De vrijstelling van invoerrechten geldt niet voor oliën die na het sulfoneren zijn toegevoegd;
d) sulfochlorering;
e) hydratering, bijvoorbeeld voor de vervaardiging van alcoholen door omzetting van de in gasvormige aardoliefracties aanwezige onverzadigde koolwaterstoffen;
f) behandeling met maleïnezuuranhydride, bijvoorbeeld behandeling van butadieenbevattende gasvormige aardoliefracties met vier koolstofatomen, voor de vervaardiging van tetrahydroftaalzuur;
g) behandeling met fenol, bijvoorbeeld reactie met onverzadigde koolwaterstoffen in aanwezigheid van een katalysator, voor de vervaardiging van alkylfenolen;
h) oxidatie:
i) oxidatie van zware oliën voor de vervaardiging van geblazen bitumen van onderverdeling 2713 20 00;
ii) oxidatie van ongeacht welke aardolieproducten voor de vervaardiging van chemisch gewijzigde producten, zuren, aldehyden, ketonen, alcoholen, enz., bijvoorbeeld oxidatie van lichte fracties onder druk en bij verhoogde temperatuur voor de vervaardiging van azijnzuur, mierenzuur, propionzuur en barnsteenzuur;
ij) dehydrogenering, bijvoorbeeld van:
i) naftenen voor de vervaardiging van aromatische koolwaterstoffen (bijvoorbeeld benzol);
ii) paraffinen voor de vervaardiging van vloeibare onverzadigde koolwaterstoffen die bijvoorbeeld worden gebruikt voor de vervaardiging van biologisch afbreekbare alkylbenzenen;
k) oxosynthese;
l) opneming volgens een niet omkeerbaar proces van zware oliën in hoogpolymeren (latex van natuurlijke of synthetische rubber, butylrubber, polystyreen, enz.);
m) vervaardiging van de producten bedoeld bij post 2803;
n) nitreren voor de vervaardiging van nitroderivaten;
o) biologische bewerking van bepaalde, n-paraffine bevattende aardoliefracties, voor de vervaardiging van proteïnen of andere samengestelde organische producten.
1. Toepassingsgebied
Deze testmethode betreft de bepaling van het gehalte aan aromatische en niet-aromatische bestanddelen in minerale oliën.
2. Definitie
2.1. Aromatische bestanddelen: het in oplosmiddel opgeloste en aan silicagel geadsorbeerde gedeelte van het monster De aromatische bestanddelen kunnen het volgende bevatten: aromatische koolwaterstoffen, gecondenseerde nafteenaromaten, aromatische olefines, asfaltenen, aromatische verbindingen die zwavelzuur, stikstof, zuurstof en polaire aromatische verbindingen bevatten.
2.2. Niet-aromatische bestanddelen: het gedeelte van het monster dat niet aan silicagel geadsorbeerd is en dat door het oplosmiddel geëlueerd is (zoals niet-aromatische koolwaterstoffen).
3. Principe van de methode
Het in n-pentaan opgeloste monster wordt in een speciale, met silicagel gevulde chromatografiekolom gepercoleerd. De met oplosmiddel geëlueerde niet-aromatische bestanddelen worden vervolgens opgevangen en na verdamping van het oplosmiddel door weging kwantitatief bepaald.
Monsters die niet in n-pentaan oplossen, moeten worden opgelost in cyclohexaan.
4. Apparatuur en reagentia
Chromatografiekolom: een glazen buis met afmetingen en vorm als weergegeven in de hierna opgenomen tekening. De bovenste opening moet kunnen worden afgesloten met een glazen verbindingsstuk, waarvan het vlakke, matgepolijste randoppervlak door middel van twee met rubber beklede metalen klemmen welke op de kolom wordt bevestigd. De afsluiting moet in verband met het gebruik van stikstof- of luchtdruk volledig dicht zijn.
Silicagel: korrelgrootte 200 mesh of meer. Het moet voor het gebruik gedurende zeven uur in een droogoven bij 170 °C worden geactiveerd; daarna in een exsiccator laten afgekoelen. Na activering moet de silicagel binnen een paar dagen worden gebruikt.
Oplosmiddel I n-pentaan: zuiverheidsgraad ten minste 95 %, vrij van aromaten.
Oplosmiddel II cyclohexaan: zuiverheidsgraad ten minste 98 %, vrij van aromaten.
5. Procedure 1 (chromatografiekolom 1)
Bereiding van de monsteroplossing: los ongeveer 3,6 g (nauwkeurig gewogen) van het monster op in 10 ml n-pentaan (I). Indien het monster niet oplosbaar is in n-pentaan, wordt cyclohexaan gebruikt en wordt de bepaling met cyclohexaan (II) in plaats van n-pentaan (I) uitgevoerd.
De chromatografiekolom (chromatografiekolom 1) wordt tot ongeveer 10 cm onder de bolvormige uitstulping gevuld met het vooraf geactiveerde silicagel, waarbij de inhoud van de kolom met behulp van een vibrator zorgvuldig wordt geschud, teneinde vorming van kanaaltjes te voorkomen. Vervolgens wordt in het gedeelte boven de silicagelkolom een propje glaswol aangebracht.
De silicagel wordt vooraf bevochtigd met 180 ml oplosmiddel (I) of (II) en van bovenaf onder lucht- of stikstofdruk gezet totdat de vloeistofspiegel het bovenste niveau van het silicagel bereikt.
Nadat de druk in de kolom voorzichtig is weggenomen, wordt een hoeveelheid van ongeveer 3,6 g (gewogen met een nauwkeurigheid van 2 decimalen) van het monster, opgelost in 10 ml oplosmiddel (I) of (II), in de kolom gebracht; vervolgens wordt het gebruikte bekerglas omgespoeld met nog eens 10 ml oplosmiddel (I) of (II)), dat eveneens in de kolom wordt gebracht.
De druk wordt geleidelijk opgevoerd totdat de vloeistof druppelsgewijze uit de capillaire buis onderaan de kolom vloeit met een snelheid van ongeveer 1 ml per minuut; deze vloeistof wordt opgevangen in een glazen kolf met een inhoud van 500 ml.
Wanneer het niveau van de vloeistof die de af te scheiden substantie bevat tot het bovenste niveau van het silicagel zakt, wordt de druk opnieuw voorzichtig weggenomen en wordt 230 ml oplosmiddel (I) of (II) toegevoegd; dan wordt de druk onmiddellijk opnieuw opgevoerd en de vloeistofspiegel verlaagd tot het bovenste niveau van het silicagel, waarbij het eluaat in dezelfde kolf als hiervoor genoemd wordt opgevangen.
Alvorens het niveau van de vloeistof die de af te scheiden substantie bevat tot het bovenste niveau van het silicagel zakt, wordt het eluaat aan de hand van FT-IR gecontroleerd op de aanwezigheid van aromaten. Indien het eluaat uitsluitend alifatische koolwaterstoffen bevat, wordt na het wegnemen van de druk nogmaals 50 ml oplosmiddel (I) of (II) toegevoegd. Herhaal deze stap indien nodig.
De opgevangen fractie wordt bij ongeveer 35 °C in een vacuümoven of in een roterende vacuümverdamper of soortgelijk apparaat tot een gering volume ingedampt; vervolgens wordt dit residue kwantitatief overgebracht in een getarreerde bekerglas, waarbij meer oplosmiddel (I) of (II) wordt gebruikt.
De inhoud van het bekerglas wordt in een vacuümoven bij 35 °C verdampt tot een constant gewicht (W). Het verschil tussen de twee laatste wegingen mag niet groter zijn dan 0,01 g. De tijd tussen de twee wegingen moet minstens 30 minuten zijn.
Het aantal gewichtspercenten niet-aromatische bestanddelen (A) wordt berekend met de volgende formule:
A= W/W1*100
waarbij W1 het gewicht van het onderzochte monster voorstelt.
Het verschil ten opzichte van 100 is het percentage van de door de silicagel geabsorbeerde aromatische bestanddelen.
6. Nauwkeurigheid van de methode
Herhaalbaarheid: 5 %.
Reproduceerbaarheid: 10 %.
7. Procedure 2 (chromatografiekolom 2)
Bereiding van de monsteroplossing: los ongeveer 0,9 g (nauwkeurig gewogen) van het monster op in 2,5 ml n-pentaan (I). Indien het monster niet oplosbaar is in n-pentaan, wordt cyclohexaan gebruikt en wordt de bepaling met cyclohexaan (II) in plaats van n-pentaan (I) uitgevoerd.
De chromatografiekolom (chromatografiekolom 2) wordt tot ongeveer 2,5 cm onder de bolvormige uitstulping gevuld met het vooraf geactiveerde silicagel, waarbij de inhoud van de kolom met behulp van een vibrator zorgvuldig wordt geschud, teneinde vorming van kanaaltjes te voorkomen. Vervolgens wordt in het gedeelte boven de silicagelkolom een propje glaswol aangebracht.
Het silicagel wordt vooraf bevochtigd met 45 ml oplosmiddel (I) of (II) en van bovenaf onder lucht- of stikstofdruk gezet totdat de vloeistofspiegel het bovenste niveau van het silicagel bereikt.
Nadat de druk in de kolom voorzichtig is weggenomen, wordt een hoeveelheid van ongeveer 0,9 g (gewogen met een nauwkeurigheid van 2 decimalen) van het monster, opgelost in 2,5 ml oplosmiddel (I) of (II), in de kolom gebracht; vervolgens wordt het gebruikte bekerglas omgespoeld met nog eens 2,5 ml oplosmiddel (I) of (II)), dat eveneens in de kolom wordt gebracht.
De druk wordt geleidelijk opgevoerd totdat de vloeistof druppelsgewijze uit de capillaire buis onderaan de kolom vloeit met een snelheid van ongeveer 1 ml per minuut; deze vloeistof wordt opgevangen in een glazen kolf met een inhoud van 250 ml.
Wanneer het niveau van de vloeistof die de af te scheiden substantie bevat tot het bovenste niveau van het silicagel is gezakt, wordt de druk opnieuw voorzichtig weggenomen en wordt 57,5 ml oplosmiddel (I) of (II) toegevoegd; dan wordt de druk onmiddellijk opnieuw opgevoerd en wordt de vloeistofspiegel verlaagd tot het bovenste niveau van het silicagel, waarbij het eluaat in dezelfde kolf als hiervoor genoemd wordt opgevangen.
Alvorens het niveau van de vloeistof, die de af te scheiden substantie bevat, tot het bovenste niveau van het silicagel zakt, wordt het eluaat aan de hand van FT-IR gecontroleerd op de aanwezigheid van aromaten. Indien het eluaat uitsluitend alifatische koolwaterstoffen bevat, wordt na het wegnemen van de druk nogmaals 12,5 ml oplosmiddel (I) of (II) toegevoegd. Herhaal deze stap indien nodig.
De opgevangen fractie wordt bij ongeveer 35 °C in een vacuümdroogoven of in een roterende vacuümverdamper of soortgelijk apparaat tot een gering volume ingedampt; vervolgens wordt dit residue kwantitatief overgebracht in een getarrreerd bekerglas, waarbij meer oplosmiddel (I) of (II) wordt gebruikt.
De inhoud van het bekerglas wordt in een vacuümoven bij at 35 °C verdampt tot een constant gewicht (W). Het verschil tussen de twee laatste wegingen mag niet groter zijn dan 0,01 g. De tijd tussen de twee wegingen moet minstens 30 minuten zijn.
Het aantal gewichtspercenten niet-aromatische bestanddelen (A) wordt berekend met de volgende formule:
A= W/W1*100
waarbij W1 het gewicht van het onderzochte monster voorstelt.
Het verschil ten opzichte van 100 is het percenten van de door de silicagel geabsorbeerde aromatische bestanddelen.
8. Nauwkeurigheid van de methode
Herhaalbaarheid: 5 %.
Reproduceerbaarheid: 10 %.
Chromatografiekolom 1
Chromatografiekolom 2
Ongeveer 100 g naftaleen wordt in een porseleinen schaal met een capaciteit van ongeveer 100 cm3 onder voortdurend roeren gesmolten. Ongeveer 40 cm3 van de gesmolten substantie wordt in een voorverwarmde „Shukoff-kolf” gedaan, zodat deze voor 3/4 gevuld is. Vervolgens wordt een thermometer met een schaalverdeling in tienden van graden door een kurken stop hierin zo aangebracht, dat het kwikbolletje zich in het midden van de vloeistof bevindt. Wanneer de temperatuur gedaald is tot in de nabijheid van het stollingspunt van naftaleen (ongeveer 83 °C), wordt door voortdurend schudden de kristallisatie op gang gebracht. Zodra zich de eerste kristallen vormen, komt de kwikkolom gewoonlijk tot stilstand, waarna deze weer gaat dalen. De temperatuur waarbij de kolom tot rust komt en enige tijd blijft staan, wordt afgelezen en, met inachtneming van een correctiefactor voor de boven de kurk uitstekende kwikkolom, als het stollingspunt van naftaleen aangegeven.
De correctie kan voor kwikthermometers gesteld worden op:
Hierin stelt „n” het aantal schaalverdelingen voor van de boven de kurk uitstekende kwikkolom, „t” de afgelezen temperatuur en „t′” de gemiddelde temperatuur van de boven de kurk uitstekende kwikkolom; „t′” kan bij benadering worden bepaald met een hulpthermometer, waarvan het kwikbolletje zich halverwege de uitstekende kwikkolom bevindt. Het gebruik van een capillaire thermometer kan een grotere precisie geven.
De hieronder afgebeelde „Shukoff-kolf” is een dubbelwandige glazen kolf met vacuümisolatie:
Toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Unie, Publicatieblad C (geconsolideerde tekst en latere wijzigingen) · © European Union
De gecombineerde nomenclatuur van elk jaar zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad: omschrijving, recht derde landen en aanvullende eenheid.
| Jaar | Omschrijving | Recht derde landen | Aanvullende eenheid |
|---|---|---|---|
| 2026 | niet gecalcineerd | Vrij | — |
| 2025 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2024 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2023 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2022 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2021 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2020 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2019 | Not calcined | Vrij | — |
GN-code 2713 11 00 is in de gecombineerde nomenclatuur de enige tariefregel onder HS-onderverdeling 2713.11 (‘Petroleumcokes, petroleumbitumen en andere residuen’).
Het derdelandenrecht bedraagt 0% (vrij van invoerrecht); de hoeveelheid wordt aangegeven in —.
Van september 2025 tot en met augustus 2026 bedroeg de invoer van goederen van HS-onderverdeling 2713.11 in de EU € 432,2 mln. (+14% ten opzichte van de twaalf maanden daarvoor); de grootste leverancier was de Verenigde Staten met 82% van de invoer, gevolgd door Mexico.
Ter vergelijking, voor dezelfde onderverdeling: Turkije vrij, VS vrij, VK vrij, Canada vrij, Mexico vrij, Brazilië vrij, Argentinië vrij, Peru vrij, Nieuw-Zeeland vrij, Japan vrij, Taiwan 1%, GCC 5%, Zwitserland vrij, Noorwegen vrij, Noord-Macedonië vrij en Nigeria 5%.
De EU-lidstaten importeerden in 2024 goederen van onderverdeling 2713.11 ter waarde van US$ 832,6 mln.; het grootste aandeel van buiten de EU kwam uit de Verenigde Staten.
In de gecombineerde nomenclatuur bedraagt het derdelandenrecht 0% (vrij van invoerrecht); aanvullende eenheid: —. Preferentiële tarieven voor goederen uit verdragslanden, antidumpingrechten en btw zijn niet meegerekend.
Voor onderverdeling 2713.11 als geheel kwam in 2024 het grootste aandeel van buiten de EU uit de Verenigde Staten (US$ 507,7 mln.), gevolgd door Brazilië.