3913 10 00 · alginezuur, alsmede zouten en esters daarvan
Zie de eerste alinea, punt 1, van de GS-toelichting op post 3913.
Gecombineerde nomenclatuur van de EU · GN-code · HS 3913.10
Niet zelfstandig aan te geven: gebruik een van de 1 onderverdelingen Gegevens: Gecombineerde nomenclatuur van de EU, geldig vanaf 1 januari 2026 · gecontroleerd op 24 oktober 2026
Invoer: EU
Heffingen bovenop het invoerrecht en voorschriften waaraan de goederen aan de grens moeten voldoen.
Geef de tiencijferige TARIC-code aan die bij de goederen past: de maatregelen kunnen per onderverdeling verschillen.
| 3913 10 00 20 | Sodium alginate extracted from brown seaweed, with - a loss on drying of not more than 15 % by weight (4h at 105 °C), - a water-insoluble fraction of not more than 2 % by weight, calculated on the dry weight |
| 3913 10 00 90 | Other |
| Volgnummer | Oorsprong | Contingentrecht | Periode | Hoeveelheid | Saldo | Geldigheid |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 09.2573 | ERGA OMNES | Vrij | 1 januari 2026 – 31 december 2026 | 2.000.000 kg | 0 kg | Uitgeput |
Saldi volgens het wekelijkse contingentenrapport van de Commissie van 23 oktober 2026.
Verboden, vergunningen, controles en sancties die gelden wanneer deze goederen de EU verlaten.
| Uitvoermaatregelen | Bestemming | Rechtshandeling | Geldigheid |
|---|---|---|---|
| UitvoercontroleSanctieregeling: Russia | Rusland | Regulation 0833/14 | 22 oktober 2025 |
| UitvoercontroleSanctieregeling: Belarus | Belarus | Regulation 0765/06 | 20 juli 2025 |
| Uitvoercontrole afval | All third countries | Regulation 1157/24 | 21 mei 2026 |
| Uitvoercontrole van gefluoreerde broeikasgassen | All third countries | Regulation 0573/24 | 12 maart 2025 |
TARIC-gegevens per 26 oktober 2026
Het tarief dat elke lidstaat toepast op goederen van deze code, uit de databank Taxes in Europe van de Commissie. Een verlaagd tarief kan slechts een deel van de goederen onder een code dekken: raadpleeg de nationale btw-wetgeving.
TEDB · 26 oktober 2026
| Akkoord of regeling | Landen | Tarief |
|---|---|---|
| derdelandenrecht (geen akkoord) | — | 5% |
| GSP-EBA (bijzondere regeling voor de minst ontwikkelde landen - Everything But Arms) | Afghanistan, Angola, Bangladesh, Benin en nog 42Afghanistan, Angola, Bangladesh, Benin, Bhutan, Burkina Faso, Burundi, Cambodja, Centraal-Afrikaanse Republiek, Comoren, Congo-Kinshasa, Djibouti, Eritrea, Ethiopië, Gambia, Guinee, Guinee-Bissau, Haïti, Jemen, Kiribati, Laos, Lesotho, Liberia, Madagaskar, Malawi, Mali, Mauritanië, Mozambique, Myanmar (Birma), Nepal, Niger, Oeganda, Oost-Timor, Rwanda, Salomonseilanden, Sao Tomé en Principe, Senegal, Sierra Leone, Soedan, Somalië, Tanzania, Togo, Tsjaad, Tuvalu, Zambia, Zuid-Soedan | Vrij |
| CARIFORUM | Antigua en Barbuda, Bahama’s, Barbados, Belize en nog 10Antigua en Barbuda, Bahama’s, Barbados, Belize, Dominica, Dominicaanse Republiek, Grenada, Guyana, Jamaica, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, Suriname, Trinidad en Tobago | Vrij |
| LGO (Landen en Gebieden Overzee) | Antarctica, Aruba, Caribisch Nederland, Curaçao en nog 8Antarctica, Aruba, Caribisch Nederland, Curaçao, Frans-Polynesië, Franse Gebieden in de zuidelijke Indische Oceaan, Groenland, Nieuw-Caledonië, Saint-Barthélemy, Saint-Pierre en Miquelon, Sint-Maarten, Wallis en Futuna | Vrij |
| SAP - Algemene regelingen | Congo-Brazzaville, Cookeilanden, Indonesië, Kenia en nog 6Congo-Brazzaville, Cookeilanden, Indonesië, Kenia, Micronesia, Nigeria, Niue, Syrië, Tadzjikistan, Vanuatu | Vrij |
| GSP+ (een bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur) | Bolivia, Filipijnen, Kaapverdië, Kirgizië en nog 4Bolivia, Filipijnen, Kaapverdië, Kirgizië, Mongolië, Oezbekistan, Pakistan, Sri Lanka | Vrij |
| Midden-Amerika | Costa Rica, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua, Panama | Vrij |
| SADC EPA | Botswana, Eswatini, Namibië | Vrij |
| Europese Economische Ruimte | IJsland, Liechtenstein, Noorwegen | Vrij |
| Staten in oostelijk en zuidelijk Afrika | Mauritius, Seychellen, Zimbabwe | Vrij |
| douane-unie EU–Andorra | Andorra | Vrij |
| overeenkomst EU–Albanië | Albanië | Vrij |
| overeenkomst EU–Bosnië en Herzegovina | Bosnië en Herzegovina | Vrij |
| overeenkomst EU–Canada | Canada | Vrij |
| overeenkomst EU–Zwitserland | Zwitserland | Vrij |
| overeenkomst EU–Ivoorkust | Ivoorkust | Vrij |
| overeenkomst EU–Chili | Chili | Vrij |
| overeenkomst EU–Kameroen | Kameroen | Vrij |
| overeenkomst EU–Colombia | Colombia | Vrij |
| overeenkomst EU–Algerije | Algerije | Vrij |
| overeenkomst EU–Ecuador | Ecuador | Vrij |
| overeenkomst EU–Egypte | Egypte | Vrij |
| Preferentiële oorsprong overeenkomstig de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko over de wijziging van de Protocollen nrs. 1 en 4 van de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds. | Westelijke Sahara | Vrij |
| overeenkomst EU–Fiji | Fiji | Vrij |
| overeenkomst EU–Faeröer | Faeröer | Vrij |
| overeenkomst EU–Verenigd Koninkrijk | Verenigd Koninkrijk | Vrij |
| overeenkomst EU–Georgië | Georgië | Vrij |
| overeenkomst EU–Ghana | Ghana | Vrij |
| overeenkomst EU–Israël | Israël | Vrij |
| overeenkomst EU–Jordanië | Jordanië | Vrij |
| overeenkomst EU–Japan | Japan | Vrij |
| overeenkomst EU–Zuid-Korea | Zuid-Korea | Vrij |
| overeenkomst EU–Libanon | Libanon | Vrij |
| overeenkomst EU–Marokko | Marokko | Vrij |
| overeenkomst EU–Moldavië | Moldavië | Vrij |
| overeenkomst EU–Montenegro | Montenegro | Vrij |
| overeenkomst EU–Noord-Macedonië | Noord-Macedonië | Vrij |
| overeenkomst EU–Mexico | Mexico | Vrij |
| overeenkomst EU–Nieuw-Zeeland | Nieuw-Zeeland | Vrij |
| overeenkomst EU–Peru | Peru | Vrij |
| overeenkomst EU–Papoea-Nieuw-Guinea | Papoea-Nieuw-Guinea | Vrij |
| overeenkomst EU–Palestijnse gebieden | Palestijnse gebieden | Vrij |
| overeenkomst EU–Servië | Servië | Vrij |
| overeenkomst EU–Singapore | Singapore | Vrij |
| douane-unie EU–San Marino | San Marino | Vrij |
| overeenkomst EU–Tunesië | Tunesië | Vrij |
| douane-unie EU–Turkije | Turkije | Vrij |
| overeenkomst EU–Oekraïne | Oekraïne | Vrij |
| overeenkomst EU–Verenigde Staten | Verenigde Staten | Vrij |
| overeenkomst EU–Vietnam | Vietnam | Vrij |
| overeenkomst EU–Samoa | Samoa | Vrij |
| overeenkomst EU–Kosovo | Kosovo | Vrij |
| overeenkomst EU–Zuid-Afrika | Zuid-Afrika | Vrij |
| Mercosur | Argentinië, Brazilië, Paraguay, Uruguay | 4% |
| Land | Waarde | Aandeel | Verandering |
|---|---|---|---|
| € 41,5 mln. | 51,8% | -16,2% | |
| € 19,9 mln. | 24,8% | -15,3% | |
| € 9 mln. | 11,2% | +364,6% | |
| € 5,2 mln. | 6,5% | -12% | |
| € 3,6 mln. | 4,5% | -6,6% | |
| € 408K | 0,5% | -64,9% | |
| € 174K | 0,2% | +1.409,4% | |
| € 161K | 0,2% | +136,9% |
3913.10 alginezuur, alsmede zouten en esters daarvan
1. In de nomenclatuur worden als „kunststof” aangemerkt, die stoffen bedoeld bij de posten 3901 tot en met 3914, die de eigenschap hebben of gehad hebben om, tijdens de polymerisatie of in een later stadium, onder inwerking van uitwendige krachten (meestal warmte en druk, eventueel onder toevoeging van een oplosmiddel of van een weekmaker), door gieten, persen, extruderen, walsen of elk ander proces een bepaalde vorm aan te nemen en die vorm te bewaren, ook nadat bedoelde uitwendige krachten niet meer inwerken.
In de nomenclatuur wordt onder „kunststof” mede begrepen, vulkanfiber. Dit begrip heeft echter geen betrekking op stoffen die worden aangemerkt als textielstoffen bedoeld bij afdeling XI.
2. Dit hoofdstuk omvat niet:
c) geïsoleerde chemisch welbepaalde organische verbindingen (hoofdstuk 29);
d) heparine en zouten daarvan (post 3001);
e) oplossingen (andere dan collodion) van producten bedoeld bij de posten 3901 tot en met 3913 in vluchtige organische oplosmiddelen, indien zij meer dan 50 gewichtspercenten oplosmiddelen bevatten (post 3208); stempelfoliën bedoeld bij post 3212;
f) organische tensioactieve producten en bereidingen bedoeld bij post 3402;
g) natuurlijke harsen door smelten gewijzigd en gomesters (post 3806);
h) dopes voor minerale oliën (benzine daaronder begrepen) of voor andere vloeistoffen die voor dezelfde doeleinden worden gebruikt als minerale oliën (post 3811);
ij) vloeistoffen voor hydraulische krachtoverbrenging bereid op basis van polyglycolen, siliconen of andere polymeren bedoeld bij hoofdstuk 39 (post 3819);
k) reageermiddelen voor diagnose of voor laboratoriumgebruik, op een drager van kunststof (post 3822);
l) synthetische rubber, omschreven in hoofdstuk 40, alsmede werken daarvan;
m) zadel- en tuigmakerswerk (post 4201), koffers, handtassen en andere bergingsmiddelen bedoeld bij post 4202;
n) vlechtwerk en mandenmakerswerk bedoeld bij hoofdstuk 46;
o) wandbekleding bedoeld bij post 4814;
p) goederen bedoeld bij afdeling XI (textielstoffen en textielwaren);
q) artikelen bedoeld bij afdeling XII (bijvoorbeeld schoeisel, hoofddeksels, paraplu's, parasols, wandelstokken, zwepen, rijzwepen en delen van deze artikelen);
r) fancybijouterieën bedoeld bij post 7117;
s) artikelen bedoeld bij afdeling XVI (machines en toestellen, elektrotechnisch materieel);
t) delen van vervoermaterieel bedoeld bij afdeling XVII;
u) artikelen bedoeld bij hoofdstuk 90 (bijvoorbeeld optische elementen, brilmonturen, tekeninstrumenten);
v) artikelen bedoeld bij hoofdstuk 91 (bijvoorbeeld horlogekasten en kasten voor klokken en voor pendules);
w) artikelen bedoeld bij hoofdstuk 92 (bijvoorbeeld muziekinstrumenten en delen daarvan);
x) artikelen bedoeld bij hoofdstuk 94 (bijvoorbeeld meubelen, lichtarmaturen en verlichtingstoestellen, lichtreclames, geprefabriceerde bouwwerken);
y) artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95 (bijvoorbeeld speelgoed, spellen, sportartikelen);
z) artikelen bedoeld bij hoofdstuk 96 (bijvoorbeeld borstels, knopen, treksluitingen, kammen, mondstukken en stelen voor pijpen of voor sigarettenpijpjes en dergelijke, delen van thermosflessen en dergelijke, pennen, vulpotloden en statieven met één, twee of drie poten en dergelijke artikelen).
3. Onder de posten 3901 tot en met 3911 worden alleen ingedeeld, producten die door chemische synthese zijn verkregen en die in de volgende categorieën vallen:
a) vloeibare synthetische polyolefinen die voor minder dan 60 % van hun volume overdistilleren bij 300 °C, herleid tot een druk van 1013 mbar met toepassing van een lage druk distillatiemethode (posten 3901 en 3902);
b) licht gepolymeriseerde harsen van het cumaronindeentype (post 3911);
c) andere synthetische polymeren met gemiddeld ten minste 5 monomeereenheden;
d) siliconen (post 3910);
e) resolen (post 3909) en andere prepolymeren.
4. Onder „copolymeren” worden verstaan, die polymeren waarin geen enkele monomeereenheid voor 95 of meer gewichtspercenten van het totale polymeergehalte aanwezig is.
Voor zover niet anders is bepaald, worden, voor de toepassing van dit hoofdstuk, copolymeren (copolycondensatieproducten, copolyadditieproducten, blokcopolymeren en geënte copolymeren daaronder begrepen) en mengsels van polymeren ingedeeld onder de post die betrekking heeft op het polymeer van die comonomeereenheid die in gewicht overheerst over iedere andere afzonderlijke comonomeereenheid. Voor de toepassing van deze aantekening worden samenstellende comonomeereenheden van polymeren die onder dezelfde post vallen, bij elkaar opgeteld.
Indien geen enkele comonomeereenheid overheerst, wordt voor de copolymeren of voor de mengsels van polymeren, naargelang van het geval, van de gelijkelijk in aanmerking komende posten, de post toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst.
5. Chemisch gewijzigde polymeren, waarin uitsluitend zijgroepen van de hoofdketen door chemische reactie zijn gewijzigd, worden ingedeeld onder de post die van toepassing is op het niet-gewijzigd polymeer. Deze bepaling is niet van toepassing op geënte copolymeren.
6. Voor de toepassing van de posten 3901 tot en met 3914 worden uitsluitend de volgende vormen als „primaire vormen” aangemerkt:
a) vloeistoffen en pasta's, dispersies (emulsies en suspensies) en oplossingen daaronder begrepen;
b) blokken in onregelmatige vorm, stukken, klonters, poeder (vormpoeder daaronder begrepen), korrels, vlokken en dergelijke.
7. Onder post 3915 worden niet ingedeeld, resten en afval van één enkele thermoplastische stof die zijn verwerkt tot primaire vormen (posten 3901 tot en met 3914).
8. Voor de toepassing van post 3917 worden als „buizen” en „slangen” aangemerkt, holle producten, zowel halffabricaten als afgewerkte producten (bijvoorbeeld geribde tuinslang, geperforeerde buizen), van de soort gewoonlijk gebruikt voor het geleiden, het vervoeren of het verdelen van gas of van vloeistof. Hieronder worden mede begrepen kunstdarmen en andere platte buizen. Met uitzondering van de eerder genoemde kunstdarmen en andere platte buizen worden echter niet als buizen doch als profielen aangemerkt: producten met een inwendige dwarsdoorsnede, anders dan rond, ovaal of rechthoekig (waarbij de lengte niet meer bedraagt dan anderhalfmaal de breedte) of anders dan in de vorm van een regelmatige veelhoek.
9. Voor de toepassing van post 3918 wordt onder „wand- en plafondbekleding van kunststof” verstaan: producten op rollen met een breedte van 45 cm of meer, geschikt voor het bekleden van muren of van plafonds, bestaande uit op een drager van ongeacht welke stof (andere dan papier) blijvend bevestigde laag kunststof die is gegreineerd, gegaufreerd, gekleurd, met motieven bedrukt of op andere wijze aan de voorzijde versierd.
10. Voor de toepassing van de posten 3920 en 3921 worden onder „platen, vellen, foliën, stroken en strippen” uitsluitend verstaan: platen, vellen, foliën, stroken en strippen (andere dan die bedoeld bij hoofdstuk 54), alsmede blokken van regelmatige geometrische vorm, ook indien bedrukt of op andere wijze aan het oppervlak bewerkt, niet versneden of enkel vierkant of rechthoekig versneden (ook indien zij door dit versnijden het karakter van gebruiksklare artikelen hebben verkregen), doch niet verder bewerkt.
11. Onder post 3925 worden uitsluitend de volgende goederen ingedeeld, voor zover zij niet kunnen worden aangemerkt als goederen bedoeld bij een der voorgaande posten van onderdeel II:
a) reservoirs, tanks (septische daaronder begrepen), vaten en dergelijke bergingsmiddelen, met een inhoudsruimte van meer dan 300 l;
b) bouwelementen, bijvoorbeeld vloer-, wand-, tussenschot-, plafond-of dakelementen;
c) dakgoten en hulpstukken daarvoor;
d) deuren en ramen, alsmede kozijnen daarvoor en drempels voor deuren;
e) balkons, balustrades, omheiningen, hekken en dergelijke afsluitingen;
f) blinden, jaloezieën, rolgordijnen en dergelijke artikelen, alsmede delen en toebehoren daarvoor;
g) grote rekken om te worden gemonteerd en blijvend te worden bevestigd, bijvoorbeeld in winkels, werkplaatsen, pakhuizen;
h) bouwkundige versieringsmotieven, bijvoorbeeld profiellijsten, koepels, architraven;
ij) garnituren en beslag om blijvend te worden bevestigd in of op deuren, vensters, trappen, muren of andere delen van gebouwen, bijvoorbeeld knoppen, grepen, haken, consoles, handdoekrekjes, platen voor schakelaars en andere beschermende platen.
De toelichtingen van de Europese Commissie over de indeling van goederen onder deze GN-codes. Ze zijn niet juridisch bindend, maar de douaneautoriteiten volgen ze; ze vullen de toelichtingen op het HS van de Werelddouaneorganisatie aan.
Zie de eerste alinea, punt 1, van de GS-toelichting op post 3913.
Algemene opmerkingen
De GS-toelichting op hoofdstuk 39, Algemene opmerkingen, “Kunststof verbonden met andere stoffen dan textielstof”, onder d), is van overeenkomstige toepassing op koolstofvezel verbonden met kunststof.
Aantekening 4
Berekening van de massaverhoudingen van monomeereenheden in copolymeren:
De massaverhoudingen van de respectieve monomeereenheden in copolymeerketens worden berekend op basis van de moleculaire structuur van het copolymeer (niet de uitgangsmaterialen), waarbij rekening wordt gehouden met de vormingsreactie van het polymeer. In voorkomend geval wordt het atoom dat twee aangrenzende monomeereenheden verbindt, toegewezen aan de monomeereenheid waaruit het atoom afkomstig is.
De volgende voorbeelden illustreren de berekening van het gehalte aan monomeereenheden in copolymeren:
Aantekening 6
De in deze aantekening en in aantekening 4 op hoofdstuk 32 voorkomende aanduiding „oplossing” omvat geen colloïde oplossingen.
Zie voor de interpretatie van het begrip „primaire vormen” aantekening 6 op dit hoofdstuk, alsmede de algemene opmerkingen, deel „primaire vormen”, van de GS-toelichting op dit hoofdstuk.
Toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Unie, Publicatieblad C (geconsolideerde tekst en latere wijzigingen) · © European Union
De gecombineerde nomenclatuur van elk jaar zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad: omschrijving, recht derde landen en aanvullende eenheid.
| Jaar | Omschrijving | Recht derde landen | Aanvullende eenheid |
|---|---|---|---|
| 2026 | alginezuur, alsmede zouten en esters daarvan | 5% | — |
| 2025 | ongewijzigd | 5% | — |
| 2024 | ongewijzigd | 5% | — |
| 2023 | ongewijzigd | 5% | — |
| 2022 | ongewijzigd | 5% | — |
| 2021 | ongewijzigd | 5% | — |
| 2020 | ongewijzigd | 5% | — |
| 2019 | Alginic acid, its salts and esters | 5% | — |
GN-code 3913 10 00 is in de gecombineerde nomenclatuur de enige tariefregel onder HS-onderverdeling 3913.10 (‘alginezuur, alsmede zouten en esters daarvan’).
Het derdelandenrecht bedraagt 5%; de hoeveelheid wordt aangegeven in —.
Voor goederen uit 148 landen geldt in de EU geen invoerrecht dankzij handelsakkoorden en preferentiële regelingen zoals GSP-EBA en CARIFORUM; het derdelandenrecht bedraagt 5%.
Van september 2025 tot en met augustus 2026 bedroeg de invoer van goederen van HS-onderverdeling 3913.10 in de EU € 80,2 mln. (−8% ten opzichte van de twaalf maanden daarvoor); de grootste leverancier was China met 52% van de invoer, gevolgd door Noorwegen.
Ter vergelijking, voor dezelfde onderverdeling: Turkije 5%, VS 4,2%, VK vrij, Canada vrij, Mexico vrij, Brazilië vrij, Argentinië vrij, Peru vrij, Nieuw-Zeeland vrij, Japan 3,3%, Taiwan 3,5%, GCC 5%, Zwitserland vrij, Noorwegen vrij, Noord-Macedonië 5% en Nigeria 5%.
De EU-lidstaten importeerden in 2024 goederen van onderverdeling 3913.10 ter waarde van US$ 151 mln.; het grootste aandeel van buiten de EU kwam uit China.
In de gecombineerde nomenclatuur bedraagt het derdelandenrecht 5%; aanvullende eenheid: —. Preferentiële tarieven voor goederen uit verdragslanden, antidumpingrechten en btw zijn niet meegerekend.
152 landen hebben voor deze tariefregel een preferentieel tarief, 148 daarvan 0%, onder meer onder GSP-EBA, CARIFORUM en LGO. Dat tarief geldt alleen voor goederen die aan de oorsprongsregels van het akkoord voldoen en waarvoor een oorsprongsbewijs beschikbaar is. Kies op deze pagina het land van oorsprong om het tarief te zien.
Voor onderverdeling 3913.10 als geheel kwam in 2024 het grootste aandeel van buiten de EU uit China (US$ 47 mln.), gevolgd door Noorwegen.