4005 20 00 · oplossingen; dispersies andere dan die bedoeld bij onderverdeling 4005 10
Zie vierde alinea, letter B en vijfde alinea, punt 2, van de GS-toelichting op post 4005.
Gecombineerde nomenclatuur van de EU · GN-code · HS 4005.20
✓ Bruikbaar in een douaneaangifte Gegevens: Gecombineerde nomenclatuur van de EU, geldig vanaf 1 januari 2026 · gecontroleerd op 24 oktober 2026
Invoer: EU
Heffingen bovenop het invoerrecht en voorschriften waaraan de goederen aan de grens moeten voldoen.
Verboden, vergunningen, controles en sancties die gelden wanneer deze goederen de EU verlaten.
| Uitvoermaatregelen | Bestemming | Rechtshandeling | Geldigheid |
|---|---|---|---|
| UitvoercontroleSanctieregeling: Russia | Rusland | Regulation 0833/14 | 26 juni 2024 |
| UitvoercontroleSanctieregeling: Belarus | Belarus | Regulation 0765/06 | 25 februari 2025 |
TARIC-gegevens per 26 oktober 2026
Het tarief dat elke lidstaat toepast op goederen van deze code, uit de databank Taxes in Europe van de Commissie. Een verlaagd tarief kan slechts een deel van de goederen onder een code dekken: raadpleeg de nationale btw-wetgeving.
TEDB · 26 oktober 2026
| Land | Waarde | Aandeel | Verandering |
|---|---|---|---|
| € 2,5 mln. | 30% | +6.025,5% | |
| € 1,7 mln. | 20,8% | +1,3% | |
| € 1,6 mln. | 18,7% | -74,8% | |
| € 1,3 mln. | 15% | -17,4% | |
| € 1,1 mln. | 13,2% | -9,3% | |
| € 119K | 1,4% | — | |
| € 29K | 0,3% | — | |
| € 11K | 0,1% | +31,6% |
4005.20 oplossingen; dispersies andere dan die bedoeld bij onderverdeling 400510
1. Voor zover niet anders is bepaald, wordt in de nomenclatuur onder „rubber” verstaan, de volgende, al dan niet gevulkaniseerde of geharde producten: natuurlijke rubber, balata, gutta-percha, guayule, chicle en dergelijke natuurlijke gommen, synthetische rubber, uit olie vervaardigde factis, alsmede de regeneratieproducten van die producten.
2. Dit hoofdstuk omvat niet:
a) goederen bedoeld bij afdeling XI (textielstoffen en textielwaren);
b) schoeisel en delen daarvan, bedoeld bij hoofdstuk 64;
c) hoofddeksels en delen daarvan, badmutsen daaronder begrepen, bedoeld bij hoofdstuk 65;
d) delen van mechanische of van elektrische machines, toestellen en apparaten, alsmede artikelen voor elektrotechnisch gebruik en delen daarvan, bedoeld bij afdeling XVI, van geharde rubber;
e) artikelen bedoeld bij de hoofdstukken 90, 92, 94 en 96;
f) artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95, andere dan handschoenen (met of zonder vingers) en wanten voor de sportbeoefening en andere dan de artikelen bedoeld bij de posten 4011 tot en met 4013.
3. Voor de toepassing van de posten 4001 tot en met 4003 en van post 4005 worden uitsluitend de volgende vormen als „primaire vormen” aangemerkt:
a) vloeistoffen en pasta's (latex, ook indien voorgevulkaniseerd, alsmede andere dispersies en oplossingen, daaronder begrepen);
b) blokken in onregelmatige vorm, klonters, balen, poeder, korrels, stukjes en dergelijke.
4. Onder „synthetische rubber” bedoeld bij aantekening 1 op dit hoofdstuk en bij post 4002 worden verstaan:
a) onverzadigde synthetische stoffen die op niet-omkeerbare wijze door vulkanisatie met zwavel kunnen worden omgezet in niet-thermoplastische producten die niet afbreken indien zij, bij een temperatuur tussen 18 en 29 °C, uitgerekt worden tot driemaal hun aanvankelijke lengte en die, na te zijn uitgerekt tot tweemaal hun aanvankelijke lengte, binnen vijf minuten weer krimpen tot een lengte, niet groter dan anderhalfmaal hun aanvankelijke lengte. Voor de toepassing van deze test mogen stoffen die nodig zijn voor de dwarsbinding, zoals vulkanisatieactiveermiddelen en vulkanisatieversnellers, worden toegevoegd; de aanwezigheid van stoffen bedoeld bij aantekening 5, onder B), de punten 2 en 3, is eveneens toegestaan. Daarentegen is de aanwezigheid van stoffen die niet nodig zijn voor de dwarsbinding, zoals verdunners, weekmakers en vulstoffen, niet toegestaan;
b) thioplasten (TM);
c) natuurlijke rubber gewijzigd door enting of vermenging met kunststof, gedepolymeriseerde natuurlijke rubber en mengsels van onverzadigde synthetische stoffen met verzadigde synthetische hoge polymeren, een en ander voor zover dit product voldoet aan de eisen die onder a) hiervoor zijn gesteld met betrekking tot vulkanisatie, elasticiteit en vormhernemende eigenschap.
5.
A) De posten 4001 en 4002 omvatten niet, rubber of mengsels van rubber waaraan, voor of na de coagulatie, zijn toegevoegd:
1) vulkanisatieversnellers, -vertragers, -activeermiddelen of andere vulkanisatiemiddelen (andere dan die toegevoegd voor de vervaardiging van voorgevulkaniseerde latex);
2) pigmenten en andere kleurstoffen, andere dan die uitsluitend toegevoegd voor identificatiedoeleinden;
3) weekmakers en verdunners, andere dan minerale olie in het geval van met olie verdunde rubber („oil-extended rubber”), vulstoffen, organische oplosmiddelen of enig andere zelfstandigheid, andere dan de onder B) toegestane toevoegingen.
B) Rubber en mengsels van rubber, die de hiernavolgende zelfstandigheden bevatten, blijven al naar het geval, ingedeeld onder post 4001 of 4002, voor zover het karakter van ruwe producten behouden blijft:
1) emulsifieermiddelen of antikleefmiddelen;
2) kleine hoeveelheden afbraakproducten van emulsifieermiddelen;
3) zeer kleine hoeveelheden van de volgende stoffen: hittegevoelige middelen (gewoonlijk voor het verkrijgen van hittegevoelige latex), kationische tensioactieve producten (gewoonlijk voor het verkrijgen van elektropositieve latex), antioxidanten, coaguleermiddelen, middelen om korrelvorming te bevorderen, antivriesmiddelen, peptisatiemiddelen, conserveermiddelen, stabilisatiemiddelen, middelen om de viscositeit te regelen en andere dergelijke speciale additieven.
6. Voor de toepassing van post 4004 wordt onder „resten en afval” verstaan, resten en afval ontstaan bij de vervaardiging of verwerking van rubber, alsmede werken van rubber die door versnijding, slijtage of om andere redenen als zodanig definitief onbruikbaar zijn.
7. Niet-overtrokken, gevulkaniseerd rubberdraad, ongeacht het profiel, waarvan de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede meer bedraagt dan 5 mm, wordt onder post 4008 ingedeeld.
8. Onder post 4010 worden ingedeeld: drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden van textielweefsel, geïmpregneerd, bekleed, bedekt of gelamineerd met rubber, alsmede drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden, vervaardigd van garen of bindgaren van textielstof dat is geïmpregneerd, bekleed, bedekt of ommanteld met rubber.
9. Voor de toepassing van de posten 4001, 4002, 4003, 4005 en 4008 worden onder „platen, vellen of strippen” uitsluitend verstaan platen, vellen, strippen en blokken van regelmatige vorm, die niet zijn versneden of die enkel vierkant of rechthoekig zijn gesneden (ook indien zij daardoor het karakter van afgewerkte artikelen hebben verkregen), doch die geen verdere bewerking hebben ondergaan dan een eenvoudige bewerking aan het oppervlak (bedrukken of anderszins).
De staven en profielen, bedoeld bij post 4008 mogen op lengte zijn gesneden, maar mogen geen andere bewerking hebben ondergaan dan een bewerking aan het oppervlak.
Producten van deze grondstoffen mogen alleen op de EU-markt worden gebracht of worden uitgevoerd als ze ontbossingsvrij zijn, legaal zijn geproduceerd en onder een zorgvuldigheidsverklaring vallen.
Compounded rubber, unvulcanised, in primary forms or in plates, sheets or strip
Verordening (EU) 2023/1115, bijlage I (geconsolideerde tekst)
De toelichtingen van de Europese Commissie over de indeling van goederen onder deze GN-codes. Ze zijn niet juridisch bindend, maar de douaneautoriteiten volgen ze; ze vullen de toelichtingen op het HS van de Werelddouaneorganisatie aan.
Zie vierde alinea, letter B en vijfde alinea, punt 2, van de GS-toelichting op post 4005.
Algemene opmerkingen
Voor de toepassing van aantekening 4, onder a), op dit hoofdstuk worden onder „niet-thermoplastische producten” verstaan producten die niet herhaaldelijk week kunnen worden gemaakt door warmtebehandeling en zo door gieten in vorm kunnen worden gebracht of kunnen worden geëxtrudeerd.
Toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Unie, Publicatieblad C (geconsolideerde tekst en latere wijzigingen) · © European Union
De gecombineerde nomenclatuur van elk jaar zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad: omschrijving, recht derde landen en aanvullende eenheid.
| Jaar | Omschrijving | Recht derde landen | Aanvullende eenheid |
|---|---|---|---|
| 2026 | oplossingen; dispersies andere dan die bedoeld bij onderverdeling 400510 | Vrij | — |
| 2025 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2024 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2023 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2022 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2021 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2020 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2019 | Solutions; dispersions other than those of subheading 400510 | Vrij | — |
GN-code 4005 20 00 is in de gecombineerde nomenclatuur de enige tariefregel onder HS-onderverdeling 4005.20 (‘oplossingen; dispersies andere dan die bedoeld bij onderverdeling 400510’).
Het derdelandenrecht bedraagt 0% (vrij van invoerrecht); de hoeveelheid wordt aangegeven in —.
Van september 2025 tot en met augustus 2026 bedroeg de invoer van goederen van HS-onderverdeling 4005.20 in de EU € 8,4 mln. (−24% ten opzichte van de twaalf maanden daarvoor); de grootste leverancier was Japan met 30% van de invoer, gevolgd door China.
Ter vergelijking, voor dezelfde onderverdeling: Turkije vrij, VS vrij, VK vrij, Canada vrij, Mexico vrij, Brazilië 12,6%, Argentinië 12,6%, Peru vrij, Nieuw-Zeeland 5%, Japan vrij, Taiwan 3,5%, GCC 5%, Zwitserland vrij, Noorwegen vrij, Noord-Macedonië vrij en Nigeria 5%.
De EU-lidstaten importeerden in 2024 goederen van onderverdeling 4005.20 ter waarde van US$ 90 mln.; het grootste aandeel van buiten de EU kwam uit Zuid-Korea.
In de gecombineerde nomenclatuur bedraagt het derdelandenrecht 0% (vrij van invoerrecht); aanvullende eenheid: —. Preferentiële tarieven voor goederen uit verdragslanden, antidumpingrechten en btw zijn niet meegerekend.
Voor onderverdeling 4005.20 als geheel kwam in 2024 het grootste aandeel van buiten de EU uit Zuid-Korea (US$ 10 mln.), gevolgd door Japan.