Algemene opmerkingen
1. Zie voor de indeling onder de onderverdelingen van de posten van artikelen die uit twee of meer textielstoffen bestaan, de algemene opmerkingen op deze afdeling.
2. Zie voor de indeling van kledingstukken, die zijn opgemaakt in stellen of assortimenten voor de verkoop in het klein, aantekening 14 op deze afdeling.
3. Indien een van de samenstellende delen van een kostuum, van een mantelpak, van een broekpak of van een ensemble van de posten 6203 en 6204 voorzien is van aangebrachte versieringen of garneringen die zich niet op het andere of de andere kledingstukken bevinden, blijven deze kledingstukken ingedeeld als kostuum, mantelpak, broekpak of ensemble, op voorwaarde dat deze versieringen of garneringen van gering belang zijn en zich slechts op een of twee plaatsen van het kledingstuk bevinden (bijvoorbeeld aan de kraag en aan de mouwuiteinden of aan de revers en aan de zakken).
Indien de versieringen ingeweven zijn, is indeling als kostuum, mantelpak, broekpak of ensemble uitgesloten. Ingeweven emblemen en dergelijke symbolen zijn daarentegen wel toegestaan.
4. Dit hoofdstuk omvat werk- en bedrijfskleding, zoals met name vermeld in onderverdelingen van de gecombineerde nomenclatuur, en die door het algemeen aanzien (eenvoudige of speciale snit of ontwerp, afhankelijk van de functie van de kleding) en de aard van het over het algemeen stevige en krimpvrije weefsel, ontworpen is om uitsluitend of hoofdzakelijk te worden gedragen ter bescherming (fysiek of hygiënisch) van andere kleding of van personen bij de uitoefening van een industriële, beroepsmatige of huishoudelijke activiteit.
Op deze kleding zijn in het algemeen geen versieringen aangebracht. Opschriften en symbolen, die verwijzen naar de uitgeoefende activiteit, worden niet als versieringen aangemerkt.
Deze kleding is van katoen, van synthetische of kunstmatige vezels of van een mengsel van deze textielvezels.
Voor een grotere sterkte worden bij de fabricage van de kleding gewoonlijk twee soorten stiksels gebruikt, namelijk de „veiligheidsnaad” en de opgestikte naad.
Deze kleding wordt gewoonlijk gesloten door middel van een ritssluiting, drukknopen, klittenband of een gekruiste of geknoopte sluiting door middel van koordjes en dergelijke.
Deze kleding kan zijn voorzien van zakken die gewoonlijk zijn opgestikt. Steekzakken zijn in het algemeen vervaardigd van hetzelfde weefsel als het kledingstuk en zijn niet voorzien van de bij andere kleding gebruikte voering.
Werk- en bedrijfskleding wordt onder andere gebruikt door werktuigkundigen, fabrieksarbeiders, metselaars, boeren, enz. en bestaat in het algemeen uit tweedelige ensembles, Amerikaanse overalls en lange broeken. Voor andere activiteiten worden werkkielen, schorten, stofjassen, enz. gebruikt (voor artsen, verpleegsters, huisvrouwen, kappers, bakkers, slagers, enz.).
Alleen kleding met handelsmaat 158 (lichaamslengte 158 cm) of groter kan als werk- of bedrijfskleding worden aangemerkt.
Uniformen en soortgelijke officiële kleding (bijvoorbeeld toga's voor rechters, priesterkleding) worden niet als werk- en bedrijfskleding aangemerkt.
5. De algemene opmerkingen, punt 4 van de toelichting op hoofdstuk 61 zijn van overeenkomstige toepassing.