2306 41 00 · van kool- en raapzaad met een laag gehalte aan erucazuur
Zie aanvullende aantekening 1 op dit hoofdstuk, alsmede de aanvullende GS-toelichting op onderverdeling 2306 41.
Gecombineerde nomenclatuur van de EU · GN-code · HS 2306.41
Raapzaadschroot (laag erucazuur)
✓ Bruikbaar in een douaneaangifte Gegevens: Gecombineerde nomenclatuur van de EU, geldig vanaf 1 januari 2026 · gecontroleerd op 24 oktober 2026
Invoer: EU
Heffingen bovenop het invoerrecht en voorschriften waaraan de goederen aan de grens moeten voldoen.
Verboden, vergunningen, controles en sancties die gelden wanneer deze goederen de EU verlaten.
| Uitvoermaatregelen | Bestemming | Rechtshandeling | Geldigheid |
|---|---|---|---|
| Uitvoercontrole afval | All third countries | Regulation 1157/24 | 21 mei 2026 |
TARIC-gegevens per 26 oktober 2026
Het tarief dat elke lidstaat toepast op goederen van deze code, uit de databank Taxes in Europe van de Commissie. Een verlaagd tarief kan slechts een deel van de goederen onder een code dekken: raadpleeg de nationale btw-wetgeving.
TEDB · 26 oktober 2026
| Akkoord of regeling | Landen | Tarief |
|---|---|---|
| derdelandenrecht (geen akkoord) | — | Vrij |
| Preferentiële oorsprong overeenkomstig de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko over de wijziging van de Protocollen nrs. 1 en 4 van de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds. | Westelijke Sahara | Vrij |
| overeenkomst EU–Verenigd Koninkrijk | Verenigd Koninkrijk | Vrij |
| overeenkomst EU–Israël | Israël | Vrij |
| overeenkomst EU–Zuid-Korea | Zuid-Korea | Vrij |
| overeenkomst EU–Marokko | Marokko | Vrij |
Recht van toepassing, behalve op producten van oorsprong uit of rechtstreeks of onrechtstreeks uitgevoerd uit de Russische Federatie en de Republiek Belarus, waarvoor een waarderecht van 50 % geldt.
| Land | Waarde | Aandeel | Verandering |
|---|---|---|---|
| € 91,5 mln. | 60,5% | +172,5% | |
| € 28,1 mln. | 18,6% | +1,2% | |
| € 24,6 mln. | 16,3% | -12,1% | |
| € 3,5 mln. | 2,3% | +175.284.550% | |
| € 1,4 mln. | 0,9% | -13,5% | |
| € 1,3 mln. | 0,9% | -26,3% | |
| € 563K | 0,4% | -61,3% | |
| € 205K | 0,1% | -96,6% |
2306.41 van kool- en raapzaad met een laag gehalte aan erucazuur
1. Voor de toepassing van onderverdeling 230641 wordt als „kool- en raapzaad met een laag gehalte aan erucazuur” aangemerkt, zaad bedoeld bij aanvullende aantekening 1 op hoofdstuk 12.
1. De onderverdelingen 23031011 en 23031019 omvatten uitsluitend de afvallen verkregen bij de vervaardiging van maiszetmeel, met uitzondering van mengsels van dergelijke afvallen met producten verkregen uit andere planten of met producten verkregen bij de vervaardiging van maiszetmeel door middel van een andere dan de natte methode.
Het gehalte aan zetmeel, overeenkomstig de methode opgenomen in bijlage III, deel K, bij Verordening (EG) nr. 152/2009 van de Commissie, berekend op de droge stof, bedraagt niet meer dan 28 gewichtspercenten en het gehalte aan vet, overeenkomstig de methode opgenomen in bijlage III, deel G, bij Verordening (EG) nr. 152/2009, berekend op de droge stof, bedraagt niet meer dan 4,5 gewichtspercenten.
2. Onderverdeling 23069005 omvat uitsluitend de afvallen verkregen bij de winning van olie uit maiskiemen met de volgende gehalten, berekend in gewichtspercenten op de droge stof:
a) producten met een vetgehalte van minder dan 3 gewichtspercenten:
zetmeelgehalte: minder dan 45 gewichtspercenten;
proteïnegehalte (stikstof × 6,25): 11,5 of meer gewichtspercenten;
b) producten met een vetgehalte van 3 of meer doch niet meer dan 8 gewichtspercenten:
zetmeelgehalte: minder dan 45 gewichtspercenten;
proteïnegehalte (stikstof × 6,25): 13 of meer gewichtspercenten.
Deze afvallen mogen voorts geen bestanddelen bevatten die niet van de maiskorrel afkomstig zijn.
Voor de bepaling van het zetmeel- en proteïnegehalte zijn de methoden van toepassing die zijn omschreven in Verordening (EG) nr. 152/2009, bijlage III, delen K en C.
Voor de bepaling van het vetgehalte en het vochtgehalte zijn de methoden van toepassing die zijn omschreven in Verordening (EG) nr. 152/2009, bijlage III, delen G en A, respectievelijk.
Producten die bestanddelen van mais bevatten die niet aan het oliewinningsproces onderworpen zijn geweest en aan de werkelijke afvallen zijn toegevoegd, zijn van deze onderverdeling uitgezonderd.
3. Voor de toepassing van de onderverdelingen 23070011, 23070019, 23080011 en 23080019, wordt verstaan onder:
effectief alcohol-massagehalte: het aantal kg zuivere alcohol, aanwezig in 100 kg van het product;
potentieel alcohol-massagehalte: het aantal kg zuivere alcohol dat kan ontstaan door totale vergisting van de suiker die in 100 kg van het product aanwezig is;
totaal alcohol-massagehalte: de som van het effectief en het potentieel alcohol-massagehalte;
% mas: het symbool voor het alcohol-massagehalte.
4. Voor de toepassing van de onderverdelingen 23091011 tot en met 23091070 en 23099031 tot en met 23099070 worden als „zuivelproducten” aangemerkt, de producten bedoeld bij de posten 0401, 0402, 0404, 0405 en 0406 en de onderverdelingen 04032011 tot en met 04032039, 04039011 tot en met 04039069, 17021100, 17021900 en 21069051.
5. Onderverdeling 23099020 omvat uitsluitend afvallen verkregen bij de vervaardiging van maiszetmeel, met uitzondering van mengsels van dergelijke afvallen met producten verkregen uit andere planten of met producten verkregen bij de vervaardiging van maiszetmeel door middel van een andere dan de natte methode, bevattende:
resten van het zeven van mais, gebruikt voor de vervaardiging van maiszetmeel door middel van de natte methode, tot een hoeveelheid van niet meer dan 15 gewichtspercenten en/of
resten van zwelwater van mais afkomstig van de behandeling van mais door middel van de natte methode, gebruikt voor de vervaardiging van alcohol of van andere producten uit zetmeel.
Deze afvallen kunnen bovendien resten, ontstaan bij de winning van olie uit maiskiemen, verkregen door middel van de natte methode, bevatten.
Het gehalte aan zetmeel, overeenkomstig de methode opgenomen in bijlage III, deel K, bij Verordening (EG) nr. 152/2009, berekend op de droge stof, bedraagt niet meer dan 28 gewichtspercenten, het gehalte aan vet, overeenkomstig de methode opgenomen in bijlage III, deel G, bij Verordening (EG) nr. 152/2009, berekend op de droge stof, bedraagt niet meer dan 4,5 gewichtspercenten en het gehalte aan proteïne bedraagt niet meer dan 40 gewichtspercenten, berekend op het droge gewicht overeenkomstig bijlage III, deel C, bij Verordening (EG) nr. 152/2009.
De toelichtingen van de Europese Commissie over de indeling van goederen onder deze GN-codes. Ze zijn niet juridisch bindend, maar de douaneautoriteiten volgen ze; ze vullen de toelichtingen op het HS van de Werelddouaneorganisatie aan.
Zie aanvullende aantekening 1 op dit hoofdstuk, alsmede de aanvullende GS-toelichting op onderverdeling 2306 41.
Aanvullende aantekening (GN) 3
Het potentieel alcoholmassagehalte wordt berekend door de in 100 kg van het product aanwezige suiker (uitgedrukt in kilogram invertsuiker) met de factor 0,47 te vermenigvuldigen.
Toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Unie, Publicatieblad C (geconsolideerde tekst en latere wijzigingen) · © European Union
De gecombineerde nomenclatuur van elk jaar zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad: omschrijving, recht derde landen en aanvullende eenheid.
| Jaar | Omschrijving | Recht derde landen | Aanvullende eenheid |
|---|---|---|---|
| 2026 | van kool- en raapzaad met een laag gehalte aan erucazuur | Vrij | — |
| 2025 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2024 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2023 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2022 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2021 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2020 | ongewijzigd | Vrij | — |
| 2019 | Of low erucic acid rape or colza seeds | Vrij | — |
GN-code 2306 41 00 is in de gecombineerde nomenclatuur de enige tariefregel onder HS-onderverdeling 2306.41 (‘van kool- en raapzaad met een laag gehalte aan erucazuur’).
Het derdelandenrecht bedraagt 0% (vrij van invoerrecht); de hoeveelheid wordt aangegeven in —.
Goederen uit 5 landen kunnen in de EU tegen een preferentieel tarief worden ingevoerd in plaats van tegen het derdelandenrecht van Vrij, bijvoorbeeld onder Preferentiële oorsprong overeenkomstig de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko over de wijziging van de Protocollen nrs. 1 en 4 van de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds. of de overeenkomst EU–Verenigd Koninkrijk; voor 5 daarvan geldt helemaal geen invoerrecht.
In de twaalf maanden tot en met augustus 2026 voerde de EU goederen van HS-onderverdeling 2306.41 in ter waarde van € 151,2 mln. (+51% ten opzichte van de twaalf maanden daarvoor), gemiddeld € 0,21 per kg; de grootste leverancier was Canada met 61% van de invoer, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk.
Ter vergelijking, voor dezelfde onderverdeling: Turkije vrij, VK vrij, Canada vrij, Mexico 15%, Brazilië 5,4%, Argentinië 5,4%, Peru vrij, Nieuw-Zeeland vrij, Japan vrij, Taiwan vrij, GCC 5%, Zwitserland vrij, Noorwegen vrij, Noord-Macedonië vrij en Nigeria 10%.
De EU-lidstaten importeerden in 2024 goederen van onderverdeling 2306.41 ter waarde van US$ 1,5 mld.; het grootste aandeel van buiten de EU kwam uit Oekraïne.
In de gecombineerde nomenclatuur bedraagt het derdelandenrecht 0% (vrij van invoerrecht); aanvullende eenheid: —. Preferentiële tarieven voor goederen uit verdragslanden, antidumpingrechten en btw zijn niet meegerekend.
5 landen hebben voor deze tariefregel een preferentieel tarief, 5 daarvan 0%, onder meer onder Preferentiële oorsprong overeenkomstig de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko over de wijziging van de Protocollen nrs. 1 en 4 van de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds., de overeenkomst EU–Verenigd Koninkrijk en de overeenkomst EU–Israël. Dat tarief geldt alleen voor goederen die aan de oorsprongsregels van het akkoord voldoen en waarvoor een oorsprongsbewijs beschikbaar is. Kies op deze pagina het land van oorsprong om het tarief te zien.
Voor onderverdeling 2306.41 als geheel kwam in 2024 het grootste aandeel van buiten de EU uit Oekraïne (US$ 46,9 mln.), gevolgd door Rusland.