6402 99 31 en 6402 99 39 · schoeisel waarvan het voorblad is uitgesneden of uit riempjes bestaat
Onder het voorblad wordt verstaan het gedeelte van het bovendeel dat het voorste gedeelte van de voet bedekt.
Gecombineerde nomenclatuur van de EU · GN-code · HS 6402.99
Ander schoeisel van rubber of kunststof
✓ Bruikbaar in een douaneaangifte Gegevens: Gecombineerde nomenclatuur van de EU, geldig vanaf 1 januari 2026 · gecontroleerd op 24 oktober 2026
Invoer: EU
Heffingen bovenop het invoerrecht en voorschriften waaraan de goederen aan de grens moeten voldoen.
Verboden, vergunningen, controles en sancties die gelden wanneer deze goederen de EU verlaten.
| Uitvoermaatregelen | Bestemming | Rechtshandeling | Geldigheid |
|---|---|---|---|
| Controle bij uitvoer van luxegoederenSanctieregeling: Russia | Rusland | Regulation 0833/14 | 24 juni 2023 |
| Controle bij uitvoer van luxegoederenSanctieregeling: North Korea | Noord-Korea | Regulation 2062/17 | 28 juni 2018 |
TARIC-gegevens per 31 oktober 2026
Het tarief dat elke lidstaat toepast op goederen van deze code, uit de databank Taxes in Europe van de Commissie. Een verlaagd tarief kan slechts een deel van de goederen onder een code dekken: raadpleeg de nationale btw-wetgeving.
TEDB · 31 oktober 2026
| Akkoord of regeling | Landen | Tarief |
|---|---|---|
| derdelandenrecht (geen akkoord) | — | 16,8% |
| GSP-EBA (bijzondere regeling voor de minst ontwikkelde landen - Everything But Arms) | Afghanistan, Angola, Bangladesh, Benin en nog 42Afghanistan, Angola, Bangladesh, Benin, Bhutan, Burkina Faso, Burundi, Cambodja, Centraal-Afrikaanse Republiek, Comoren, Congo-Kinshasa, Djibouti, Eritrea, Ethiopië, Gambia, Guinee, Guinee-Bissau, Haïti, Jemen, Kiribati, Laos, Lesotho, Liberia, Madagaskar, Malawi, Mali, Mauritanië, Mozambique, Myanmar (Birma), Nepal, Niger, Oeganda, Oost-Timor, Rwanda, Salomonseilanden, Sao Tomé en Principe, Senegal, Sierra Leone, Soedan, Somalië, Tanzania, Togo, Tsjaad, Tuvalu, Zambia, Zuid-Soedan | Vrij |
| CARIFORUM | Antigua en Barbuda, Bahama’s, Barbados, Belize en nog 10Antigua en Barbuda, Bahama’s, Barbados, Belize, Dominica, Dominicaanse Republiek, Grenada, Guyana, Jamaica, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, Suriname, Trinidad en Tobago | Vrij |
| LGO (Landen en Gebieden Overzee) | Antarctica, Aruba, Caribisch Nederland, Curaçao en nog 8Antarctica, Aruba, Caribisch Nederland, Curaçao, Frans-Polynesië, Franse Gebieden in de zuidelijke Indische Oceaan, Groenland, Nieuw-Caledonië, Saint-Barthélemy, Saint-Pierre en Miquelon, Sint-Maarten, Wallis en Futuna | Vrij |
| GSP+ (een bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur) | Bolivia, Filipijnen, Kaapverdië, Kirgizië en nog 4Bolivia, Filipijnen, Kaapverdië, Kirgizië, Mongolië, Oezbekistan, Pakistan, Sri Lanka | Vrij |
| Midden-Amerika | Costa Rica, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua, Panama | Vrij |
| SADC EPA | Botswana, Eswatini, Namibië | Vrij |
| Europese Economische Ruimte | IJsland, Liechtenstein, Noorwegen | Vrij |
| Staten in oostelijk en zuidelijk Afrika | Mauritius, Seychellen, Zimbabwe | Vrij |
| douane-unie EU–Andorra | Andorra | Vrij |
| overeenkomst EU–Albanië | Albanië | Vrij |
| overeenkomst EU–Bosnië en Herzegovina | Bosnië en Herzegovina | Vrij |
| overeenkomst EU–Canada | Canada | Vrij |
| overeenkomst EU–Zwitserland | Zwitserland | Vrij |
| overeenkomst EU–Ivoorkust | Ivoorkust | Vrij |
| overeenkomst EU–Chili | Chili | Vrij |
| overeenkomst EU–Kameroen | Kameroen | Vrij |
| overeenkomst EU–Colombia | Colombia | Vrij |
| overeenkomst EU–Algerije | Algerije | Vrij |
| overeenkomst EU–Ecuador | Ecuador | Vrij |
| overeenkomst EU–Egypte | Egypte | Vrij |
| Preferentiële oorsprong overeenkomstig de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko over de wijziging van de Protocollen nrs. 1 en 4 van de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds. | Westelijke Sahara | Vrij |
| overeenkomst EU–Fiji | Fiji | Vrij |
| overeenkomst EU–Faeröer | Faeröer | Vrij |
| overeenkomst EU–Verenigd Koninkrijk | Verenigd Koninkrijk | Vrij |
| overeenkomst EU–Georgië | Georgië | Vrij |
| overeenkomst EU–Ghana | Ghana | Vrij |
| overeenkomst EU–Israël | Israël | Vrij |
| overeenkomst EU–Jordanië | Jordanië | Vrij |
| overeenkomst EU–Kenia | Kenia | Vrij |
| overeenkomst EU–Zuid-Korea | Zuid-Korea | Vrij |
| overeenkomst EU–Libanon | Libanon | Vrij |
| overeenkomst EU–Marokko | Marokko | Vrij |
| overeenkomst EU–Moldavië | Moldavië | Vrij |
| overeenkomst EU–Montenegro | Montenegro | Vrij |
| overeenkomst EU–Noord-Macedonië | Noord-Macedonië | Vrij |
| overeenkomst EU–Mexico | Mexico | Vrij |
| overeenkomst EU–Nieuw-Zeeland | Nieuw-Zeeland | Vrij |
| overeenkomst EU–Peru | Peru | Vrij |
| overeenkomst EU–Papoea-Nieuw-Guinea | Papoea-Nieuw-Guinea | Vrij |
| overeenkomst EU–Palestijnse gebieden | Palestijnse gebieden | Vrij |
| overeenkomst EU–Servië | Servië | Vrij |
| overeenkomst EU–Singapore | Singapore | Vrij |
| douane-unie EU–San Marino | San Marino | Vrij |
| overeenkomst EU–Syrië | Syrië | Vrij |
| overeenkomst EU–Tunesië | Tunesië | Vrij |
| douane-unie EU–Turkije | Turkije | Vrij |
| overeenkomst EU–Oekraïne | Oekraïne | Vrij |
| overeenkomst EU–Verenigde Staten | Verenigde Staten | Vrij |
| overeenkomst EU–Vietnam | Vietnam | Vrij |
| overeenkomst EU–Samoa | Samoa | Vrij |
| overeenkomst EU–Kosovo | Kosovo | Vrij |
| overeenkomst EU–Zuid-Afrika | Zuid-Afrika | Vrij |
| overeenkomst EU–Japan | Japan | 4,6% |
| SAP - Algemene regelingen | Congo-Brazzaville, Cookeilanden, India, Indonesië en nog 5Congo-Brazzaville, Cookeilanden, India, Indonesië, Micronesia, Nigeria, Niue, Tadzjikistan, Vanuatu | 11,9% |
| Mercosur | Argentinië, Brazilië, Paraguay, Uruguay | 15,2% |
| Land | Waarde | Aandeel | Verandering |
|---|---|---|---|
| € 2 mld. | 50,8% | -11% | |
| € 1 mld. | 25,5% | -7% | |
| € 275 mln. | 6,8% | -7% | |
| € 125,2 mln. | 3,1% | -3,8% | |
| € 90,5 mln. | 2,2% | -18,8% | |
| € 71 mln. | 1,8% | -17% | |
| € 63,9 mln. | 1,6% | -19,9% | |
| € 47 mln. | 1,2% | +14,1% |
6402.99 Ander schoeisel met buitenzool en bovendeel van rubber: ander schoeisel, ander
Beslissingen van de Amerikaanse douane (CBP, CROSS) en de Britse douane HMRC (Advance Tariff Rulings) over goederen onder deze code. Een beslissing bindt alleen de houder, maar laat zien hoe de autoriteiten vergelijkbare goederen indelen. De omschrijvingen zijn de Engelse teksten van de autoriteiten.
The tariff classification of Traction Overshoes/Crampons and a Camping Stool from South Korea
The tariff classification and status under the Dominican Republic-Central America-United States Free Trade Agreement (DR-CAFTA), of men’s footwear produced in El Salvador.
The tariff classification of athletic footwear from Vietnam
The tariff classification of a woman’s flat shoe from Vietnam
A Unisex shoe, not covering the ankle, with a detachable gaiter which has an insole of 24cm or over. The composition of the shoe without the gaiter attached comprises of: Upper: 57% PVC, 43% Leather Sole: 100% PVC When the gaiter is attached, the composition of the upper is as follows: 60%…
A unisex clog style slip on shoe for indoor or outdoor use. It covers the foot but not the ankle with a strap over the heel part which can be brought forward. Comes in sizes 4 - 8, and comes in several colours. It is made from EVA (ethylene vinyl acetate) done by injection moulding. Packaged by a…
in totaal 282 beslissingen voor deze code
1. Voor de toepassing van de onderverdelingen 640212, 640219, 640312, 640319 en 640411 wordt als „sportschoeisel” uitsluitend aangemerkt:
a) schoeisel ontworpen voor sportbeoefening, voorzien van of uitgerust met voorzieningen voor het bevestigen van punten, spijkertjes, klemmen, dwarsreepjes en dergelijke;
b) schaatsschoenen, skischoenen, zogenaamde snowboardschoenen, worstelschoenen, boksschoenen en wielrenschoenen.
De toelichtingen van de Europese Commissie over de indeling van goederen onder deze GN-codes. Ze zijn niet juridisch bindend, maar de douaneautoriteiten volgen ze; ze vullen de toelichtingen op het HS van de Werelddouaneorganisatie aan.
Onder het voorblad wordt verstaan het gedeelte van het bovendeel dat het voorste gedeelte van de voet bedekt.
Voor deze onderverdeling is het niet van belang of de hak kan worden onderscheiden van de zool of dat de hak deel uitmaakt van de zool (bijvoorbeeld sleehak, plateauzool).
Onderstaande foto's laten zien hoe de dikte van de zool moet worden gemeten:
A = bovendeel
B = > 3 cm
Algemene opmerkingen
1. Zie voor de toepassing van de begrippen „buitenzool” en „bovendeel” de letters C en D van de algemene opmerkingen van de GS-toelichting op dit hoofdstuk.
Verder geldt voor „bovendelen” die uit twee of meer materialen zijn samengesteld (aantekening 4, onder a), en aanvullende aantekening (GN) 1 op hoofdstuk 64), het volgende:
a) Het „bovendeel” is het deel van het schoeisel dat de zijkanten en de bovenkant van de voet en soms het been bedekt. Het reikt tot en is bevestigd aan de zool. Het kan ook tot in de zool reiken.
De samenstellende materialen van het bovendeel zijn de materialen waarvan het oppervlak gedeeltelijk of volledig zichtbaar is aan de buitenzijde van het schoeisel. Een voering is daarom geen bovendeel. De materialen van het bovendeel zijn aan elkaar bevestigd.
Na het verwijderen van de toebehoren en de versterkingen mag bij de berekening van het totale oppervlak van de materialen die het bovendeel vormen geen rekening worden gehouden met de oppervlakken onder de elkaar overlappende gedeelten waar de materialen aan elkaar bevestigd zijn.
Zo is bijvoorbeeld bij leder (A) en textiel (B) het oppervlak (C) het gedeelte van het textiel (B) dat onder het overlappende leder (A) ligt. Er mag geen rekening worden gehouden met het oppervlak van het textiel (C) bij de berekening van het totale oppervlak van de materialen die het bovendeel vormen.
Er mag geen rekening worden gehouden met bevestigingssystemen, zoals bijvoorbeeld veters, klittenbandsluitingen, enzovoort (zie letter D, laatste alinea, van de algemene opmerkingen van de GS-toelichting op dit hoofdstuk).
b) De „voering” kan van elk materiaal zijn vervaardigd. Zij kan uit een of meer materialen bestaan. De voering komt in aanraking met de voet en dient als schokdemper, als bescherming, of slechts als versiering. De voering is niet zichtbaar aan de buitenzijde van het schoeisel, met uitzondering van bijvoorbeeld de vulling langs de schachtrand.
c) „Toebehoren” en „versterkingen” worden gedefinieerd in aantekening 4, onder a), op hoofdstuk 64, in aanvullende aantekening (GN) 1 op hoofdstuk 64 en in letter D, laatste alinea, van de algemene opmerkingen van de GS-toelichting op dit hoofdstuk.
Toebehoren hebben in het algemeen een decoratieve functie en versterkingen hebben een beschermende of versterkende functie. Omdat versterkingen bevestigd zijn aan het bovendeel om extra sterkte te geven, zijn zij bevestigd aan de buitenzijde van het bovendeel en niet slechts aan de voering. Een deel van de voering mag zich onder de versterking bevinden, mits de versterkende functie hierdoor niet wordt verminderd. Toebehoren en versterkingen die aan het bovendeel zijn bevestigd, kunnen ook aan de zool zijn bevestigd of tot in de zool reiken. Materiaal wordt niet aangemerkt als een toebehoren of als een versterking, maar wordt aangemerkt als een deel van het bovendeel als de onderliggende materialen niet op een duurzame wijze aan elkaar bevestigd zijn (genaaide naden zijn een voorbeeld van een duurzame bevestigingswijze).
In de zin van aantekening 4, onder a), op hoofdstuk 64, kunnen als „soortgelijke voorzieningen” bijvoorbeeld worden aangemerkt logo's of neuskappen.
Bij het bepalen van de aard van het „bovendeel” wordt een lip die geheel of gedeeltelijk wordt bedekt (binnentong) buiten beschouwing gelaten.
Zie de hiernavolgende afbeelding, waarbij de stippellijn de binnentong voorstelt.
Onderstaande afbeeldingen en tekst dienen als voorbeeld bij het bepalen van het materiaal waarvan het „bovendeel” is vervaardigd:
De schoen in bovenstaande afbeeldingen is vervaardigd uit leder en textiel. Voor het bepalen van het materiaal van het „bovendeel”, in de zin van hoofdstuk 64 en voor het uitsluiten van „toebehoren” en „versterkingen”, dienen de volgende overwegingen te worden gemaakt:
1 en 2. Wanneer de lederen neuskap (1) en het voorblad (2) worden verwijderd, verschijnt het textiel dat zich daaronder bevindt (en dat niet tot de voering behoort). Aangezien de lederen gedeelten (1 en 2) een beschermende functie hebben, worden zij beschouwd als versterkingen. Omdat het textiel dat zich onder de lederen gedeelten (1 en 2) bevindt gedeeltelijk zichtbaar is aan het oppervlak, dient het te worden beschouwd als een deel van het bovendeel.
3. Bij verwijdering van het lederen gedeelte (3) wordt een textieloppervlak zichtbaar (in de afbeelding aangeduid met A) en een gedeelte met materiaal van de voering dat daaronder zit. Aangezien het textiel niet volledig tot gedeelte (3) reikt, de voering niet wordt aangemerkt als bovendeel en er onder het leder voornamelijk voeringmateriaal zit, biedt het lederen gedeelte geen versterking aan enig deel van het bovendeel en moet daarom als een deel van het bovendeel worden aangemerkt.
4. Dit lederen gedeelte (4) is genaaid op een een textielgedeelte en overlapt (A) ook het lederen gedeelte (3). Aangezien er gedeeltelijk zichtbaar textiel zit onder gedeelte (4) en een gedeeltelijk zichtbaar lederen gedeelte (3) onder het overlappende gedeelte (A) en aangezien het lederen gedeelte (4) extra versterking biedt aan de zijde van het bovendeel, wordt dit gedeelte (4) beschouwd als versterking. Het lederen gedeelte (3) en het textielmateriaal onder gedeelte (4), met uitzondering van het textieloppervlak onder gedeelte (3), dienen derhalve te worden beschouwd als delen van het bovendeel.
5. Wanneer dit lederen gedeelte (5) wordt verwijderd, verschijnt gedeeltelijk het textiel dat zich daaronder bevindt. Aangezien het lederen gedeelte (5) het bovenste deel van de hiel versterkt en aangezien zich daaronder gedeeltelijk zichtbaar textiel bevindt, dient het leder te worden beschouwd als versterking.
6. Wanneer de lederen hielkap (6) wordt verwijderd, verschijnt een gedeelte van de voering en wordt het textiel gedeeltelijk zichtbaar. Aangezien het textiel niet tot onder het leer reikt, heeft de lederen hielkap (6) geen versterkende functie voor het bovenmateriaal en wordt de kap derhalve beschouwd als deel van het bovendeel (en niet als versterking).
7. Wanneer dit lederen gedeelte (7) wordt verwijderd, verschijnt gedeeltelijk het textiel dat zich daaronder bevindt. Aangezien het lederen gedeelte (7) extra versterking biedt aan de zijde van het bovendeel, dient het leer te worden beschouwd als versterking.
8. Wanneer het lederen logo (8) wordt verwijderd, verschijnt gedeeltelijk het textiel dat zich daaronder bevindt. Aangezien een logo een soortgelijke voorziening is in de zin van aantekening 4, onder a, op hoofdstuk 64, is het geen deel van het bovendeel.
Bij het berekenen van de percentages van de lederen gedeelten en de percentages van de textieloppervlakken die zijn geïdentificeerd als gedeelten van het bovendeel, blijkt dat het textiel overheerst (70 % textiel). De schoen wordt daarom ingedeeld als schoeisel met bovendeel van textiel.
2. Het begrip „rubber”, in de zin van de gecombineerde nomenclatuur, is omschreven in aantekening 1 op hoofdstuk 40; aantekening 3, onder a), op hoofdstuk 64 breidt het begrip ten behoeve van dit hoofdstuk uit.
3. Het begrip „kunststof”, in de zin van de gecombineerde nomenclatuur, is omschreven in aantekening 1 op hoofdstuk 39; aantekening 3, onder a), op hoofdstuk 64 breidt het begrip ten behoeve van dit hoofdstuk uit.
4. Het begrip „leder” in de zin van dit hoofdstuk wordt gedefinieerd in aantekening 3, onder b), op hoofdstuk 64.
5. Het begrip „textiel” wordt gedefinieerd in de letters E en F van de algemene opmerkingen van de GS-toelichting op dit hoofdstuk. Vezels (bijvoorbeeld scheerhaar), garens, weefsels, brei- en haakwerk, vilt, gebonden textielvlies, koord, kabel, touw, enzovoort, bedoeld bij de hoofdstukken 50 t/m 60, worden derhalve aangemerkt als „textiel” in de zin van hoofdstuk 64. Wat de weefsels vallende onder hoofdstuk 59 betreft, zijn de aantekeningen op hoofdstuk 59 alleen van toepassing indien ze niet in strijd zijn met de bepalingen van aantekening 3, onder a), op hoofdstuk 64.
Toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Unie, Publicatieblad C (geconsolideerde tekst en latere wijzigingen) · © European Union
De gecombineerde nomenclatuur van elk jaar zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad: omschrijving, recht derde landen en aanvullende eenheid.
| Jaar | Omschrijving | Recht derde landen | Aanvullende eenheid |
|---|---|---|---|
| 2026 | waarvan de grootste hoogte van de hak, met inbegrip van de zolen, meer dan 3 cm bedraagt | 16,8% | pa |
| 2025 | ongewijzigd | 16,8% | pa |
| 2024 | ongewijzigd | 16,8% | pa |
| 2023 | ongewijzigd | 16,8% | pa |
| 2022 | ongewijzigd | 16,8% | pa |
| 2021 | ongewijzigd | 16,8% | pa |
| 2020 | ongewijzigd | 16,8% | pa |
| 2019 | With sole and heel combined having a height of more than 3 cm | 16,8% | pa |
In de gecombineerde nomenclatuur is 6402 99 31 een van de 9 tariefregels onder onderverdeling 6402.99 (‘Ander schoeisel met buitenzool en bovendeel van rubber: ander schoeisel, ander’).
Het derdelandenrecht bedraagt 16,8%; de hoeveelheid wordt aangegeven in pa.
Goederen uit 153 landen kunnen in de EU tegen een preferentieel tarief worden ingevoerd in plaats van tegen het derdelandenrecht van 16,8%, bijvoorbeeld onder GSP-EBA of CARIFORUM; voor 139 daarvan geldt helemaal geen invoerrecht.
In de twaalf maanden tot en met augustus 2026 voerde de EU goederen van HS-onderverdeling 6402.99 in ter waarde van € 4 mld. (−9% ten opzichte van de twaalf maanden daarvoor), gemiddeld € 13,57 per kg; de grootste leverancier was China met 51% van de invoer, gevolgd door Vietnam.
Ter vergelijking, voor dezelfde onderverdeling: Turkije 16,8%–17%, VS 3%–48%, VK 16%, Canada 17,5%, Mexico 35%, Brazilië 35%, Argentinië 0%–20%, Peru 11%, Nieuw-Zeeland 0%–10%, Taiwan 0%–7,5%, GCC 5%, Zwitserland vrij, Noorwegen vrij, Noord-Macedonië 20%–25% en Nigeria 10%–20%.
De EU-lidstaten importeerden in 2024 goederen van onderverdeling 6402.99 ter waarde van US$ 10,1 mld.; het grootste aandeel van buiten de EU kwam uit China.
In de gecombineerde nomenclatuur bedraagt het derdelandenrecht 16,8%; aanvullende eenheid: pa. Preferentiële tarieven voor goederen uit verdragslanden, antidumpingrechten en btw zijn niet meegerekend.
153 landen hebben voor deze tariefregel een preferentieel tarief, 139 daarvan 0%, onder meer onder GSP-EBA, CARIFORUM en LGO. Dat tarief geldt alleen voor goederen die aan de oorsprongsregels van het akkoord voldoen en waarvoor een oorsprongsbewijs beschikbaar is. Kies op deze pagina het land van oorsprong om het tarief te zien.
Voor onderverdeling 6402.99 als geheel kwam in 2024 het grootste aandeel van buiten de EU uit China (US$ 3,2 mld.), gevolgd door Vietnam.