Noors douanetarief (Tolltariffen) · Noorse goederencode · HS 1107.10
1107.10.10: Mout, niet gebrand: Malt, whether or not roasted: not roasted, for feed purpose
Mout, niet gebrand
✓ Bruikbaar in een douaneaangifte Gegevens: Noors douanetarief (Tolltariffen), geldig vanaf 24 oktober 2026 · gecontroleerd op 24 oktober 2026
Voor deze regel bestaat geen officiële Nederlandse tekst; hij wordt getoond in de taal van het eigen tarief.
- 1107 Malt, whether or not roasted.
- 1107.10 Not roasted :
- 1107.10.10 For feed purpose
Wat u betaalt
Invoer: Noorwegen
Alleen het douanerecht: invoer-btw, andere heffingen en handelsbeschermingsrechten van dit land staan hier niet bij, en de rekenhulp werkt alleen met de tarieven van de EU, Turkije, de VS en het VK.
Dezelfde onderverdeling in andere tarieven
1107.10 Mout, ook indien gebrand: niet gebrand
Tariefregels (Noorwegen): 1107.10
Aantekeningen
In het Noorse douanetarief is 1107.10.10 een van de 2 tariefregels onder onderverdeling 1107.10 (‘Mout, ook indien gebrand: niet gebrand’).
Het gewone invoerrecht is een specifiek of samengesteld recht: kr 3,31 pr. kg.
Ter vergelijking, voor dezelfde onderverdeling: Turkije 10%–23,1%, Canada vrij, Mexico vrij, Brazilië 9%–12,6%, Argentinië 12,6%, Peru 6%, Nieuw-Zeeland vrij, Taiwan 7,5%, GCC 5%, Zwitserland vrij, Noord-Macedonië 2%–10% en Nigeria 5%.
Noorwegen importeerde in 2024 goederen van onderverdeling 1107.10 ter waarde van US$ 24 mln.; het grootste aandeel kwam uit Denemarken.
Vragen en antwoorden
Hoeveel invoerrecht geldt voor Noorse goederencode 1107.10.10 in Noorwegen?
In het Noorse douanetarief bedraagt het gewone invoerrecht kr 3,31 pr. kg; aanvullende eenheid: Kg. Deze pagina toont het tarief zoals de nationale bron het publiceert en, als de bron ze publiceert, de preferentiële tarieven: kies het land van oorsprong om ze te zien. Handelsbeschermingsrechten en btw vallen erbuiten.
Waar komt de invoer van Noorwegen van deze goederen vandaan?
Voor onderverdeling 1107.10 als geheel kwam in 2024 het grootste aandeel uit Denemarken (US$ 14 mln.), gevolgd door Zweden.