3207 40 40 en 3207 40 85 · glasfritten en ander glas, in de vorm van poeder, van korreltjes, van schilfers of van vlokken
Deze onderverdelingen omvatten:
1. glasfritten, die worden vervaardigd door snelle afkoeling in water van de vloeibare of deegvormige massa die men verkrijgt door het smelten van de normale bestanddelen van glas. Deze bestanddelen zijn onder meer: siliciumdioxide, natrium-, kalium-, calcium-, barium- en magnesiumcarbonaat, natrium- en kaliumsulfaat, natrium- en kaliumnitraat, loodoxide (loodglit en menie), kaoline, veldspaat, borax, boorzuur.
De onder deze onderverdelingen vallende glasfritten worden hoofdzakelijk gebruikt voor de vervaardiging van verglaasbare samenstellingen. Zij onderscheiden zich van de bij de onderverdelingen 3207 20 10 en 3207 20 90 bedoelde verglaasbare samenstellingen door het feit dat zij geen pigmenten, geen opaficieermiddelen en geen „hechtoxiden” bevatten en voorts doordat zij na het verhitten tot verglazing op keramiek of metaal een min of meer doorschijnende, doch geen gelijkmatig ondoorzichtige of gekleurde laag vormen;
2. glaspoeder en -korrels, vervaardigd door het vergruizen of fijnstampen van scherven en glasafvallen. Deze producten, alsmede bepaalde glasfritten van punt 1 worden gebruikt voor de fabricage van schuurpapier en schuurlinnen, voor de vervaardiging van poreuze voorwerpen (schijven, platen, buizen, enz.) en voor verschillende laboratoriumdoeleinden;
3. glazuurglas in poeder, korrels, enz.; dit is een speciale glassoort die voor het versieren van glaswaren of aardewerk wordt gebruikt. Het is gemakkelijker smeltbaar (smeltpunt tussen 540 en 600 °C) en heeft een grotere dichtheid dan het meeste gewone glas. In de regel is het ondoorzichtig, maar het kan ook doorzichtig zijn, niet-gekleurd of verschillend gekleurd. In de vorm van blokken behoort het tot post 7001 00 en in de vorm van staven, stengels of buizen tot onderverdeling 7002 20 90 of 7002 39 00;
4. glas in de vorm van schilfers of vlokken, ook gekleurd of verzilverd, voor versieringsdoeleinden, verkregen door het vergruizen van kleine, geblazen glasbolletjes;
5. vitriet, ook schuimglas genoemd, in de vorm van poeder of korrels, dat uit een sponsachtige en, naargelang van de aanwezige verontreinigingen, witte, grijze of zwarte massa wordt verkregen en voornamelijk wordt gebruikt voor de vervaardiging van elektrisch isolatiemateriaal (lampfittings, enz.).
Tot deze onderverdelingen behoren echter niet de kleine microbolletjes voor de bekleding van projectieschermen, aanwijzingsborden, enz. (onderverdeling 7018 20 00).