3809 91 00 t/m 3809 93 00 · andere
Tot deze onderverdelingen behoren de in de derde alinea, de letters A, B en C, van de GS-toelichting op post 3809 genoemde producten en preparaten, doch alleen indien zij niet op basis van zetmeel of van zetmeelhoudende stoffen zijn. Met name behoren hiertoe:
1. een reeks van appreteermiddelen die in de textielindustrie worden gebruikt om weefsels kreukvrij of krimpvrij te maken. Hiertoe behoren bijvoorbeeld voorcondensaten van ureumformaldehyde, melamineformaldehyde en glyoxaaldiureumformaldehyde, voorzover zij niet de kenmerken vertonen van polycondensatieproducten in de zin van hoofdstuk 39, en evenmin van chemisch welbepaalde verbindingen (hoofdstuk 29). Evenwel behoren tot deze onderverdelingen de waterige oplossingen van dergelijke chemisch welbepaalde verbindingen (bijvoorbeeld dimethylolureum, trimethylolmelamine), voorzover daaraan een reukstof is toegevoegd om de formaldehydegeur, afkomstig van de gedeeltelijke ontleding van het product, te verbergen;
2. de appreteermiddelen, die de weefsels niet alleen een doeltreffende waterafstotende impregnering geven en ze bestendig maken tegen olie en vuil, maar ze tevens luchtdoorlatend laten;
3. antistatische appreteermiddelen, dat wil zeggen preparaten, geschikt om het opeenhopen van statische elektriciteit op textielvezels en op weefsels tegen te gaan. In het algemeen gaat het om preparaten, gevormd door in water oplosbare voorgecondenseerde polyelektrolyten, die in staat zijn, na een korte behandeling bij matige temperatuur, tot het vormen van in water onoplosbare driedimensionale netvormige polycondensaten op de vezel, die tegen herhaalde malen wassen en chemisch reinigen bestand zijn. Tot deze groep behoren producten, gevormd door een lineair, in water oplosbaar basisch polyamide, bereid uit een dicarbonzuur (adipine-, barnsteen-, tereftaalzuur, enz.) en polyaminen die een of meer secundaire aminogroepen (bijvoorbeeld diëthyleentriamine, triëthyleentetramine) bevatten, en voorts uit een alkyleermiddel (dat netvormend werkt en dus het polyamide door een geschikte warmtebehandeling onoplosbaar kan maken), bijvoorbeeld bestaande uit bepaalde dihalogeenverbindingen (polyethyleenglycoldijodide met betrekkelijk laag moleculairgewicht, epichloorhydrine, enz.);
4. brandvertragende middelen, die de brandbaarheid van bijvoorbeeld textiel of leder verminderen. Dit zijn in het algemeen preparaten op basis van ammoniumzouten, boorzuur, chloorparaffinen, antimoonoxide, zinkoxide, andere metaaloxiden en bepaalde organische stikstof- en fosforverbindingen.